Home

praktisch

Een tweedeling blijft een tweedeling

Rineke van Daalen

Het stoort het Rotterdamse gemeenteraadslid Setkin Sies (SGP-Christen Unie) dat de gemeente de termen ‘laag- en hoogopgeleiden’ hanteert. Eind oktober 2016 stelde hij voor om in plaats daarvan de begrippen ‘praktisch en theoretisch geschoolden’ in te voeren. Met deze nieuwe benaming wil hij laten uitkomen dat beide groepen een waardevolle bijdrage aan de samenleving leveren. Dat laatste is zeker waar, en het is prijzenswaardig dat Sies de waardering voor werkenden zonder hoger onderwijs probeert te vergroten. Maar zou een dergelijke naamswisseling ‘meer waardering voor de talenten van ieder individu’ teweegbrengen?

In de waarderingsschalen in het onderwijs staat ‘hoog’ gelijk aan ‘theoretisch’, ‘laag’ gelijk aan ‘praktisch’. Vanf het voortgezet onderwijs bestaat een scherpe scheiding tussen algemeen vormend, theoretisch onderwijs en praktisch beroepsonderwijs. Zie de tweedeling na de basisschool tussen vmbo en havo/vwo, of die tussen hbo en academisch onderwijs. In het Nederlandse onderwijslandschap zijn deze twee werelden scherp van elkaar gescheiden. Het is een verschil dat moeilijk te overbruggen is.

De hoge waardering van theorie en de lage waardering van de praktijk zijn institutioneel verankerd. Mensen raken er vanaf de eerste schooldag mee vertrouwd en zijn gewend om in die termen te denken. Bij het horen van ‘theoretisch’ en ‘praktisch’ opgeleid brengen zij onmiddelijk, als in een reflex, een hiërarchie aan: theoretisch = hoger, praktisch = lager. Die termen zijn echter hoogst ongelukkig om de vermogens van mensen mee aan te duiden. Hoofd en hand bestaan niet los van elkaar, noch zijn ze los van elkaar te denken. Bovendien doet deze tweedeling geen recht aan de uiteenlopende talenten waarmee mensen begiftigd zijn, noch aan de manieren waarop zij die talenten in samenspel met elkaar gebruiken.

Setkin Sies vindt dat de gemeente te hoge verwachtingen heeft van de ‘hoogopgeleiden’, de ‘theoretisch opgeleiden’. Hij vindt dat er te weinig aandacht is voor getalenteerde ‘vakmensen’. ‘Dat is ongelooflijk jammer want voor de broodnodige transitie naar een nieuwe economie zijn de praktisch geschoolden onmisbaar’. Over wie heeft hij het hier? Denkt hij bij ‘vakmensen’ en ‘praktisch geschoolden’ aan mensen met een middelbare beroepsopleiding? En opnieuw: zou deze naamsverandering de gemeentelijke aandacht voor hen vergroten?

Zijn er andere manieren om de problemen die Setkin Sies schetst aan te pakken? Sies stelt voor dat de gemeente in het vervolg over ‘Rotterdammers met verschillende talenten’ gaat spreken. Is dat een goed idee? Wat zou een gemeentebestuur daarmee winnen? Talenten gaan pas iets betekenen wanneer ze tot ontwikkeling komen, en dat gebeurt onder andere in het onderwijs. Dat maakt een indeling naar opleidingsniveau relevant, niet een tweedeling in ‘theoretisch’ en ‘praktisch’, maar een driedeling: laag, middelbaar, hoog. Die driedeling verwijst niet naar verschillende typen mensen – theoretische en praktische -, maar wel naar hun verschillende scholing. Dat kan voor een gemeentebestuur relevant zijn. Zoals wanneer het om arbeidsmarktperspectieven gaat: 30% van de beroepsbevolking heeft geen starkwalificatie en is met andere woorden laagopgeleid, 30% van de beroepsbevolking heeft een hbo of universitaire studie gevolgd en maar liefst 40% heeft een mbo-opleiding afgerond. Alledrie deze categorieën verdienen respect van een gemeentebestuur, met aandacht voor hun grote verscheidenheid. (Zie ook de site MBO 2025).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s