Ali de Regt en Nico Wilterdink wonen niet langer in de Gerrit van der Veenstraat. Ali overleed op 12 oktober 2022, Nico op 31 maart 2025. Ze vormden bij uitstek een sociologenechtpaar, met een op het eerste gezicht nogal traditionele taakverdeling, niet alleen in huis, maar ook in hun werk. Hij onderzocht de economie, zij de gezinsrelaties. Maar daarmee wordt het verschil tussen hen groter gemaakt dan het was. In Geld en gezin (1993) zocht Ali juist naar de verbanden tussen economische en emotionele relaties, en allebei waren ze geïnspireerd door het figuratiesociologische perspectief van Norbert Elias, met Johan Goudsblom en Abram de Swaan als belangrijke vertolkers aan de Universiteit van Amsterdam.
Nico’s leven was verknoopt met de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam, eerst als student, later als wetenschappelijk medewerker en hoogleraar. Olav Velthuis, hoofd van de afdeling Sociologie aan de UvA, organiseerde begin juli een lunch ter ere van Nico en zijn werk. Leerlingen, promovendi, collega’s en vrienden namen de tijd om verhalen over hem uit te wisselen. Dat leverde een gevarieerd portret op, persoonlijk en wetenschappelijk. Nico kwam naar voren als gulle gever en als verstrooide geleerde, maar de meeste aanwezigen kenden hem allereerst als docent en als nauwgezet en kritisch lezer van hun scripties, dissertaties en artikelen. Als docent kreeg hij veel lof. Zijn leerlingen prezen hem omdat hij moeilijke dingen goed kon uitleggen, en omdat hij zó interessant college kon geven dat ze daar zelfs andere verplichtingen voor lieten schieten.
Nico’s degelijke en uitgebreide commentaren waren legendarisch en stukken werden er altijd beter van. Als commentator leek hij nooit door tijdsdruk te worden gehinderd. Of het een scriptie, een dissertatie of een artikel was, hij trok er net zoveel tijd voor uit als hij nodig vond om zijn kritische opmerkingen tot hun recht te laten komen. Die kritische houding had hij ook tegenover zijn eigen werk. “Ik kan dan ook niet garanderen dat ik zelf altijd heb voldaan aan de eisen van goede sociologie die ik zojuist heb geformuleerd”, zo besloot hij zijn afscheidsrede in 2011. Zijn zelfkritiek kon zijn plezier in onderzoek en schrijven soms in de weg zitten, al heeft hij zich naar eigen zeggen altijd thuis gevoeld in de sociologie.
Nico en Bart van Heerikhuizen redigeerden samen het succesvolle handboek Samenlevingen. Het boek was voor generaties jonge studenten de eerste kennismaking met de Sociologie. Ik was vele jaren betrokken bij het opzetten van onderwijsprogramma’s rondom het boek en ik merkte dat de gemakkelijke leesbaarheid ervan ook tegen het boek werkte. Studenten vonden het moeilijk om het wetenschappelijk karakter ervan te herkennen. Ze konden de inhoud ervan niet onderscheiden van wat ze in kranten of andere media lazen. Het boek kreeg keer op keer een nieuwe druk en steeds zette Nico zich manmoedig aan een nieuwe bewerking. Met bewonderenswaardige precisie probeerde hij de maatschappelijke actualiteit bij te benen en daarbij de nieuwste sociologische inzichten te verwerken.
Nico was nieuwsgierig. In 2011 gaf hij in een studentenblad het advies: “Beperk je niet tot wat in de opleiding is voorgeschreven, doe er wat bij, lees meer, discussieer meer, schrijf meer! Lees bijvoorbeeld eens een heel boek in plaats van dat ene voorgeschreven hoofdstuk eruit”. Dit tekende zijn brede belangstelling. De sociologie als wetenschap stond daarin centraal: de wetenschappelijke status daarvan en de vraag wat goede en slechte sociologie was. Maar zijn publicatielijst is veel breder en toont een grote verscheidenheid aan onderwerpen. Nico zag de sociologie als een “algemene, betrekkelijk ongespecialiseerde maatschappijwetenschap”. Zijn adviezen zou je ook kunnen lezen als een pleidooi voor ‘de Amsterdamse sociologie’, met de wereld als studieterrein en wars van disciplinegrenzen.
Het proefschrift van Nico is zijn magnum opus: Vermogensverhoudingen in Nederland. Ontwikkelingen sinds de negentiende eeuw (1984). Het was een onderwerp waar wetenschappers op dat moment weinig belangstelling voor toonden. Vermogensverhoudingen waren evenmin een politieke kwestie en daarin verschilden ze van inkomensverhoudingen. Nico verbaasde zich erover dat er zo weinig empirisch onderzoek op dat gebied was gedaan. Vergeleken met andere landen zijn de door overheidsinstanties verstrekte gegevens “opmerkelijk beperkt”, zo schrijft hij. Hij moest het onderwerp zelf vormgeven om in deze leemte te voorzien. Hij deed dat door goed gedocumenteerde data over langetermijnontwikkelingen systematisch in internationaal verband te plaatsen, steeds consequent bekeken vanuit het figuratiesociologische perspectief. Het is een indrukwekkend boek geworden.
Nico’s promotie vond plaats in 1984, in een tijd waarin zowel in Nederland als elders een ombuiging plaatsvond, van nivellering naar denivellering en van collectivering naar privatisering. Die omslag was niet heel radicaal, maar hield wel een brede en belangrijke kentering in. Rijkdom en vermogens kwamen nu wél in de belangstelling te staan. Mensen raakten gefascineerd door rijke ondernemers, die ze ofwel bewonderden of juist verguisden. Vermogensongelijkheid werd zowel in de wetenschap als in het publieke debat een belangrijk onderwerp.
Nico schreef er verschillende artikelen over, voordat Thomas Piketty het toneel betrad met Kapitaal in de 21e eeuw. Dat boek werd een hype toen het in 2014 in het Engels verscheen. Voor Nico was de toenemende ongelijkheid aanleiding om zijn proefschrift in 2015 opnieuw uit te geven. Hij schreef een nieuw laatste hoofdstuk over de ontwikkelingen sinds eind jaren zeventig, en gaf het boek een andere titel: Vermogensongelijkheid in Nederland. Daarin geeft hij ook kritiek op Piketty’s verklaring van de nivellering tot begin jaren tachtig en de denivellering daarna. Piketty ziet denivellering als de normale economische conditie, die soms voor beperkte tijd door bijzondere omstandigheden kan worden onderbroken. Zoals bijvoorbeeld het geval was tijdens de twee wereldoorlogen. Nico zoekt naar verklaringen die minder toevallig zijn en die verder gaan dan historische contingentie. In het geval van nivellering zoekt hij een verklaring in langlopende grootschalige veranderingen zoals industrialisatie, democratisering en de organisatie van verzorgingsarrangementen. De omslag vanaf de jaren tachtig verklaart hij uit de uitbreiding en intensivering van mondiale afhankelijkheidsnetwerken, die de interdependenties op nationaal niveau verzwakken.
Het nieuwe hoofdstuk in Vermogensongelijkheid eindigt in mineur. Nico verwacht dat de economische ongelijkheid nog groter zal worden, met ingrijpende en verontrustende gevolgen. Mensen zullen in grotere onzekerheid leven; de sociale cohesie wordt kleiner terwijl het onderlinge wantrouwen groeit. De groter wordende ongelijkheid vloekt met breed gedeelde normen van rechtvaardigheid en met de egalitaire omgangsvormen waaraan mensen de afgelopen decennia gewend zijn geraakt. Daar ligt een bron van groeiende spanningen en conflicten. Die worden nog verhevigd omdat veel voorstellen om ongelijkheid tegen te gaan een internationale, mondiale aanpak vereisen en zich binnen nationale politieke structuren moeilijk laten realiseren.
Nico was nog lang niet uitgedacht en uitgeschreven. Hij was bezig met een boek over Alexis de Tocqueville. De afgeronde hoofdstukken zullen op zijn site komen te staan.
Zie ook Tijdschrift Sociologie: https://openjournals.ugent.be/ts/article/id/96741/