Home
Notities over verwijdering: buitenstaanders, slachtoffers, activisten en vrijheidshelden
Rineke van Daalen
0
‘Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt, maar ik ben niet gevaccineerd’, zegt de schuchtere bibliothecaresse met wie ik het over corona heb. Ik vraag me af waarom niet, maar laat het er verder bij zitten. Nieuwsgierig ben ik wel als ik een van de vele demonstraties tegen de corona-maatregelenn passeer. Het is een bont gezelschap, van alle leeftijden en pluimage. Een jong meisje roept dat Nederland een dictatuur is. In haar hand heeft ze een spandoek: ‘Nederland politiestaat’. Oudere dames doen hun hippieverleden eer aan: ze dragen bloemen en borden met ‘liefde’ erop. Een echtpaar laat zich voor het Van Randwijk monument als verzetsstrijders fotograferen. ‘Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen’, zo staat erop geschreven. Ik vind die demonstraties verwarrende gebeurtenissen. Grimmige varianten van de jaren zestig. Hoe zijn die mensen hiertoe gekomen?

Ik was diep onder de indruk van de snelheid waarmee de medische wetenschap binnen een jaar een succesvol anti-Covid-vaccin op de markt wist te brengen, en ik was verbaasd dat dat niet voor iedereen gold. Een gevarieerde en losse verzameling mensen blijkt een diep wantrouwen te koesteren. Zij vinden elkaar in onwetendheid en angst, ze verdenken anderen van verborgen agenda’s, ze keren zich af van de politiek, en sommigen houden er rechts-extreme neigingen op na. Ze laten de wetenschappelijke kennis en oriëntatiemiddelen die hen ten dienste staan voor een deel ongebruikt.

Dat mensen de klimaatverandering tijdens de Kleine IJstijd (1570-1700) aan duistere machten toeschreven, aan heksen en demonen, daar kijk je niet van op. Maar we leven in de 21e eeuw en de demonstranten zijn allemaal lange tijd naar school gegaan. De Verlichting is niet aan ze voorbij gegaan. Ze kunnen lezen, schrijven en rekenen, ze zijn min of meer vertrouwd met digitale middelen, ze zijn min of meer algemeen ontwikkeld. Ze zijn opgegroeid met een wetenschappelijke onderzoekende houding, ze beschikken over een eigentijds kennis, denk- en gevoelsrepertoire, en ze hebben een habitus die daarop is afgestemd. Ze kunnen hun voordeel doen met alles wat de mensheid aan kennis, methoden en technieken op de lange termijn heeft ontwikkeld, verzameld en geïnstitutionaliseerd, en dat alles kunnen ze al naar believen gebruiken om te bereiken wat ze willen.

Het denken van mensen is over een lange termijn bekeken rationeler geworden, het bewustzijn van eigen emoties en het vermogen om over die emoties na te denken en deze te bewerken zijn groter geworden. Cognitiebeheer en emotiebeheer hebben zich in relatie tot elkaar ontwikkeld (Hochschild ; Van Daalen 2009; Brinkgreve 2010; Wouters 1991; 2005).

Natuurlijk, ieders denken wordt begrensd door eigen vermogens en door ontwikkelingsniveau, wordt gehinderd door vooroordelen, door angsten, boosheid of andere gevoelens. De boeken van de cognitieve psycholoog Steven Pinker staan vol met voorbeelden die dat illustreren en die je – ook al is het geen nieuws – pijnlijk bewust maken van je eigen beperkingen en die van anderen. Drogredeneringen en vergissingen, niets menselijks is ons vreemd, en om het nog ingewikkelder te maken: we zijn gevoelig voor eigen reputatie en geneigd onze ideeën aan te passen aan wat anderen uit onze sociale cirkel denken en vinden. We willen er graag bij horen. Denken en voelen zijn met elkaar verweven en conditioneren elkaar. Rationele en irrationele overwegingen lopen door elkaar heen, en naast emoties kunnen belangen, tradities en principes helder denken in de weg staan (Goudsblom 1996: 620-630).

Mensen zijn niet eenduidig rationeel. Over sommige kwesties zijn ze realistischer dan over andere kwesties. Zo blijken ze volgens Pinker minder fantasieën te hebben over aardse kwesties als de tijdige betaling van de huur, een sjaal bij koud weer, het onderhoud van een fiets of een bevroren waterleiding dan wanneer het gaat over gebieden die buiten hun directe ervaringswereld liggen. De alledaagse wereld stelt voortdurend eisen aan hun gedrag en hun leven zou vastlopen als ze zich daar al te veel verbeelding veroorloofden. Hun ideeën over het alledaagse domein kloppen dan ook wel zo ongeveer, en wanneer dat niet het geval is worden ze door de werkelijkheid gecorrigeerd. Mensen hebben geleerd hun handelen daarop af te stemmen. Anders ligt het voor universa die verder weg liggen – in het verleden of de toekomst, die zich elders bevinden of die metafysisch van karakter zijn. Ook daarover hebben mensen allerlei ideeën, maar ze kunnen de juistheid van hun hersenspinsels niet nagaan en voor hun dagelijkse functioneren maakt het niet zoveel verschil als die opvattingen mythen blijken te zijn (Pinker 2021: 233-238).

Fundamentele tegenstanders van het coronabeleid gaan de problemen van corona vanuit angst en boosheid te lijf. Ze zullen zeker naar het ziekenhuis gaan als ze ademhalingsproblemen hebben, maar ze maken de kenbare wereld kleiner door op zoek te gaan naar schuldigen en zich verre te houden van de medische wetenschap. Is die afwijzing te interpreteren als een vorm van derationalisering, en welke redeneringen en gevoelens spelen daarbij een rol? Om iets daarvan te betrappen heb ik twee sites bekeken: die van Moederhart en die van het Artsen Covid Collectief. Beide sites zijn betrekkelijk overzichtelijk en ik heb ze gekozen omdat ze een beperkte groepering vertegenwoordigen. Beide sites hadden de afgelopen tijd een gestaag groeiende, betrekkelijk kleine aanhang, en beide sites lieten een ontwikkeling zien, een radicalisering in het denken en doen.

1
De Covid-19 pandemie in Nederland 2020-2022
Landen pakten de pandemie verschillend aan, zelfs in een betrekkelijk homogeen werelddeel als Europa. Nationale verschillen kwamen daardoor duidelijker aan het licht, zoals de capaciteit van de ic’s, het organisatievermogen van overheidsinstellingen, de mate van gezagsgetrouwheid van de bevolking. De Nederlandse overheid bleek het zeker niet beter te doen dan buitenlandse overheden – misschien in sommige opzichten slechter. De Europese variatie in aanpak maakte vergelijking mogelijk en kritiek gemakkelijk. Die kwam dan ook in alle varianten en van alle kanten, van links en rechts, van oud en jong, van ondernemers en scholen, van wie dan ook. Iedereen was continu in debat, thuis, op straat, in het parlement en in alle media waarover mensen maar kunnen beschikken. Zo ook de moeders van Moederhart en de artsen van het Artsen Covid Collectief.

Tijdgenoten
Bij oppervlakkige lezing van de twee sites valt allereerst het ‘gewone’ karakter van de kritische ideeën op. De moeders van Moederhart verwoorden een breedgedragen beeld van kinderen en vooral van hoe een ideale kindertijd eruit zou moeten zien. Kinderen moeten worden beschermd tegen de narigheid en de onrechtvaardigheid van de volwassen wereld. Ouders hebben de plicht om hen daarvoor af te schermen en hen de gelegenheid te geven zich optimaal te ontwikkelen. De overheid behoort hen daarbij te ondersteunen.

Dat ideaal en werkelijkheid ver uit elkaar liggen zal iedereen beamen. Volwassenen slagen er zelden in om hun kinderen een zorgeloze kindertijd te geven. Zo konden zij niet voorkomen dat ook kinderen in 2020 en 2021 wereldwijd met de gevolgen van de Covid-19 pandemie zijn geconfronteerd. Hun gezondheid wordt door Covid-19 weliswaar minder ernstig bedreigd dan die van oudere mensen, maar de pandemie en de maatregelen om die te bestrijden hebben ook kinderen ernstig getroffen – hun contacten met leeftijdgenoten werden geblokkeerd, zij konden slechts beperkt onderwijs volgen, ze werden geconfronteerd met ziekte en dood, de kans dat ze in armoede leven is groter geworden, en in perioden van lockdown kregen ze vaker te maken met huiselijk geweld.

De verontrusting, de spijt en het verdriet van de moeders wekken dan ook geen verbazing, en zijn evenmin uitzonderlijk. Dit hadden ze hun kinderen niet toegewenst, en daarin staan ze niet alleen. Niemand had zich het leven met een pandemie voorgesteld, niet voor zichzelf en al helemaal niet voor hun kinderen. En ook al zijn er al lange tijd waarschuwingen geweest, vrijwel niemand heeft zich op de pandemie voorbereid of heeft zich van tevoren de aard, omvang en duur van de pandemie kunnen indenken. Ook wie zich op Moederhart niet thuis voelt en de overheidsmaatregelen wél gerechtvaardigd vindt, had veel van de verdrietige uitspraken kunnen doen die op Moederhart zijn te vinden.

Voor de arts en is het een verhaal van professionals. Zij vinden de corona-maatregelen niet ‘proportioneel’ en net als de moeders vinden ze dat de overheid angst oproept. Maar in het geval van de artsen is in het geding welke plaats het Artsen Covid Collectief (ACC) binnen de medisch professionele gemeenschap inneemt. Artsen maken deel uit van een beroepsgemeenschap met een gemeenschappelijke identiteit, universitaire scholing, controle over hun eigen professionele handelen, een economisch monopolie op het gebruik van hun specifieke kennis en vaardigheden, en professionele morele standaarden voor de omgang met patiënten (Freidson 2001: 34, 35). Naar buiten toe vormen zij een gesloten gemeenschap, en die beslotenheid creëert naar binnen toe een beschermde ruimte, die meningsverschillen en debat onder vakgenoten mogelijk maakt.

Dat perspectief is door de pandemie verstoord. De medische gemeenschap stond in de frontlinies van de bestrijding van de pandemie, maar Covid-19 heeft de scheiding tussen professionals en leken in de geneeskunde minder hermetisch gemaakt. Veel leken in de geneeskunde zijn na twee jaar pandemie amateur-virologen geworden. En Covid-19 heeft ze niet alleen geschoold in de aard van de ziekte en de besmetting, ze hebben ook kunnen meekijken in de keuken van de medische wetenschap, met alle onenigheid en onzekerheid van dien. Principiële onenigheid onder beroepsgenoten bleef niet binnen de beroepsgemeenschap, zoals op de site van het ACC is te zien.

Buitenstaanders
De wereldwijde verspreiding van het Covid-19 virus is een voorbeeld van de toegenomen kwetsbaarheid van de mensheid. In westerse verzorgingsstaten, zoals de Nederlandse, maakte de pandemie inbreuk op een gang van zaken die mensen min of meer onder controle dachten te hebben. Burgers waanden zich veilig in het welvarende en goed lopende Nederland. Ze waren er zo aan gewend dat het wel goed zou komen, dat ze tot op het allerlaatst dachten dat de ellende de landsgrenzen niet zou overschrijden. De pandemie heeft hen eraan herinnerd dat ze deel uitmaken van een breder universum, ook van de natuur, dat ze daar niet buiten of boven staan. Iedereen moest zich aanpassen aan de maatregelen die overheden en instellingen raadzaam achtten om het Covid-19 virus in bedwang te houden. Het overheidstoezicht op de volksgezondheid kreeg een centrale plaats in de politiek en met overheidssteun aan bedrijven en instellingen probeerde de overheid de economie gaande te houden.

Het crisis-karakter van de pandemie maakte dat mensen zich – zeker in het begin – fundamentele vragen gingen stellen, existentiële vragen, en vragen over hun eigen positie in de samenleving. Wat was van waarde, waar stonden ze eigenlijk, waar lag hun verantwoordelijkheid? De moeders van Moederhart en de artsen van het Artsen Covid Collectief vertellen op filmpjes hoe ze een omslag in hun denken doormaakten, en hoe ze zich in de loop van dat proces steeds meer buitenstaanders zijn gaan voelen.

In een filmpje met de titel Moederhart. Waarom? vragen twee initiatiefnemers van de site Moederhart, Isa Kriens en Sietske Bergsma meer aandacht voor kinderen. Ze vertellen hoe ze, net als mede-oprichter en horeca-ondernemer Nadia Duinker, in de overheid teleurgesteld raken. Zij storen zich eraan dat de schade die kinderen door de maatregelen ondervinden in het beleid als collateral damage wordt afgedaan. Ze vragen zich af waarvoor die maatregelen zijn en ze zien er ‘een nieuwe infrastructuur voor ‘het nieuwe normaal’ in.

‘We willen dit niet’ zeggen de moeders, en in de zinnen die volgen tekent zich hun karakteristieke houding af. ‘We willen dit niet’ slaat op de overheidsmaatregelen en niet op de pandemie. De site van Moederhart is dan ook niet zozeer een spreekbuis van verontrusting over een besmettelijke ziekte, maar vooral van wantrouwen tegenover de overheid. De moeders doen alsof de gevolgen van de pandemie te reduceren zouden zijn tot de gevolgen van de overheidsmaatregelen. Angst schrijven ze bijvoorbeeld niet aan de pandemie toe, maar aan het afstand houden, de mondkapjes, het testen en het vaccineren. De moeders zijn bezorgd over wat het voor kinderen betekent dat ze iemand anders ziek kunnen maken. Ze erkennen niet dat een besmettelijk virus daarvan de oorzaak is, en ze doen het voorkomen alsof die angst is toe te schrijven aan overheidsingrijpen. Ze concentreren zich dan ook op de overheidsmaatregelen en daarbij verdwijnt de pandemie uit beeld. Ze dragen bij aan mythevorming door het bestaan van Covid-19 te negeren.

Ook de artsen vertellen op filmpjes hoe ze door het corona-beleid anders zijn gaan denken, en hoe ze dat beleid en de politieke vertolkers daarvan zijn gaan wantrouwen. Op een daarvan zegt een aangeslagen psychiater dat hij de afgelopen tijd meer over de wereldpolitiek heeft gelezen dan in alle jaren daarvoor. Zijn wereldbeeld is daardoor op zijn kop komen te staan. ‘Grote verhalen die ik als vanzelfsprekend voor de waarheid had gehouden onderken ik nu als propaganda.’ Hij ziet dat er ‘angst wordt gepredikt’ en vindt de schadelijke gevolgen van de corona-maatregelen zo groot dat ze niet in verhouding staan tot het doel ervan. ‘Angst zonder perspectief tast gezondheid en draagvlak aan.[…] Opgelegde afzondering bedreigt de essentie van ons leven.’ Een andere arts zou graag meer geruststellende boodschappen willen horen: de meeste mensen worden na een corona-besmetting gewoon weer beter, zo stelt hij.

‘Samen staan we sterker, van angst terug naar vertrouwen’ – dat is het adagium van het ACC. De artsen vinden dat ze door een gebrek aan menselijkheid hun werk als arts niet meer kunnen uitvoeren zoals ze dat vanuit hun artseneed hebben beloofd. Hun identiteit als arts staat op het spel. Die eed moet opnieuw als moreel kompas gaan fungeren. Ze zijn tegen generieke maatregelen en bepleiten een specifieke aanpak van risico-groepen. Zo zijn ze een alliantie aangegaan met Herstel.nl, Het plan waarmee Nederland open kan, opgericht door ‘artsen, economen, wetenschappers, psychiaters en hoogleraren’. Net als de moeders zijn de artsen bang dat discriminatie en uitsluiting de nieuwe norm gaan worden, dat de corona-maatregelen tot maatschappelijke verdeeldheid zullen leiden en uiteindelijk tot een totalitaire staat. Vanuit hun nieuwe opvattingen trekken ze nieuwe scheidslijnen tussen zichzelf en de anderen, bij wie ze niet langer willen horen.

Activisten en slachtoffers
In 2021 gaan de moeders tot actie over. De initiatiefnemers van Moederhart laten zich in een Brandbrief voor het eerst verontrust uit. Vóór de corona-crisis hebben ze de zorg voor hun kinderen in goed vertrouwen aan onderwijsinstellingen overgedragen, maar door het verscherpte test-, en quarantainebeleid, aangevuld met vaccinaties hebben ze dat vertrouwen niet langer. Ze willen hun ‘eigen (wettelijke) zorgplicht , observaties en intuïties’ niet ondergeschikt maken aan ‘het beleid’. Ze zijn bang voor een verdere ontwrichting van het leven van hun kinderen. Uitzicht op versoepeling zien ze niet, noch op een constructieve dialoog of op politiek leiderschap. Vanuit de Stichting Moederhart nemen ze hun handelingsvrijheid terug ‘om de geestelijke en persoonlijke ontwikkeling van de kinderen te redden’, zo is in de brief te lezen. En ondertekenaars voegen toe: ‘Ik voel de verantwoordelijkheid voor alle kinderen om onze wereld een fijne verbindende plek te laten zijn waarin je mag vertrouwen op je lichaam en de mensen om je heen. Daarom onderteken ik deze brief’; ‘Het is tijd voor onze eigen route, die waarin de menselijkheid en liefde weer regeert en onze kinderen een toekomst wordt geboden.’ Hun bezorgdheid vindt echter weinig gehoor.

Iets vergelijkbaars overkomt de bezorgde artsen. Zij schreven in 2020 een brandbrief. De initiatiefneemster, de internist Evelien Peeters, probeerde een debat onder artsen te bewerkstelligen, maar van medische kant kreeg ze geen respons, niet van het KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunst), niet van de FMS (Federatie Medisch Specialisten). De artsen van het Covid Collectief wilden als medici een kritisch geluid laten horen, maar de verschillen tussen henzelf en hun reguliere collega’s blijken te groot te zijn om een collegiaal debat op gang te brengen. Wel ging de brief een eigen leven leiden en werd deze opgepikt door geestverwanten op Facebook en LinkedIn, door Viruswaarheid en het Forum voor Democratie.

De artsen en de moeders hebben met elkaar gemeen, dat ze twijfelen aan het nut van de corona-maatregelen, dat ze hun bezorgdheid publiekelijk uiten, en dat ze teleurgesteld zijn over de geringe respons die hun verontrusting oproept. Hun houding is dubbelzinnig. Ze willen zich distantiëren van iedereen die niet in opstand komt tegen de corona-maatregelen en tegelijkertijd willen ze aandacht krijgen, serieus genomen worden en erbij horen. Wanneer ze zich genegeerd voelen en zelfs vijandig bejegend, stellen ze zich op als onbegrepen slachtoffers. In het introductiefilmpje van Moederhart zegt Isa Kriens: ‘In de Moederhart-brieven staan gewoon geen gekke dingen.’ Ze vindt het dan ook ‘heel irrationeel’ dat mensen zoals zij als slechte mensen worden gezien. Ze noemt het ‘[…] beangstigend dat het woede oproept, als je over kinderen begint. Het wordt als ‘aso’ en als niet solidair gezien, wanneer je aandacht voor kinderen vraagt.’

Toch is dat niet wat er aan de hand is. Ook mensen die zich niet met Moederhart verwant voelen– pedagogen, leerkrachten, organisaties als Unesco – verwoorden een vergelijkbare bezorgdheid, met één belangrijk verschil: hun bezorgdheid heeft wél de bestrijding van de pandemie als uitgangspunt. Dat maakt dat naar hen wel wordt geluisterd.

Ook op de site van het Artsen Covid Collectief is een dubbele boodschap te vinden: afstand nemen en erbij willen horen. De artsen besteden veel aandacht aan hun goede bedoelingen en motieven. Ze verwijzen naar hun gedeelde professionele identiteit, en wanneer het tijdschrift Zorgvisie hun standpunten over medicatie en leefstijladviezen als alternatieven voor vaccins kritisch bespreekt, zijn ze blij dat ze niet worden doodgezwegen. Maar ze betreuren het dat ze ‘aanmatigend en bij vlagen haast denigrerend’ worden bejegend. Ze voelen zich in het nauw gedreven door de ‘vermeende cultuur van blaming and shaming’ van artsen zoals zij, en dat doet naar hun idee afbreuk aan de inhoudelijke discussie.

Activisten en de marges van de wet
Moeders en artsen gaan steeds verder in het verkennen van de marges van de wet. De moeders doen een beroep op mensen in onderwijsinstellingen om de hun opgelegde regels ‘langs de lat van hun eigen innerlijk kompas te leggen’, en deze niet te volgen als ze niet in overeenstemming zijn met hun geweten. ‘Onze kinderen, onze keuze’, zo eindigt de brief, die door 240 mensen is ondertekend. Op de site staan voorbeeldbrieven die ouders kunnen gebruiken om aan scholen te laten weten dat er geen juridische grondslag is voor uitvoering van de maatregelen. Door aan het beleid mee te werken onderwerpen scholen de toegang tot het onderwijs aan regels die inbreuk maken op de privacy, het recht op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit. ‘Dit treurige toekomstbeeld valt of staat met onze bereidheid de regels te volgen en in jullie geval te handhaven. Wij allen hebben hierin een aandeel,’ zo schrijven de moeders aan de scholen.

De artsen doen iets vergelijkbaars. Ook zij spreken zich uit tegen vaccinaties en maatregelen zoals afstand houden, handen wassen, mondkapjes die voorkomen dat het afweersysteem van gezonde mensen kan leren van een besmetting. Ze geven adviezen ter versterking van het immuunsysteem en plaatsen zich daarmee in langer bestaande tradities met vertrouwen in alternatieve geneeswijzen en scepsis over de medische wetenschap. Op de site van het ACC staan voorbeeldbrieven bedoeld voor huisartsen wanneer die aarzelen of weigeren om hun aanbevelingen in de praktijk te brengen. Preventief komt dat neer op het aanvullen van tekorten aan mineralen, vitamines en andere nutriënten, terwijl ze Ivermectine adviseren wanneer een patiënt eenmaal geïnfecteerd is. In de protocollen van het Nederlandse Huisartsen Genootschap en van het RIVM is geen ruimte voor deze adviezen, maar volgens het ACC zijn er wel degelijk medicamenteuze behandelopties met goede resultaten die buiten de geregistreerde indicaties vallen en die huisartsen ‘op grond van artikel 68 van de Geneesmiddelenwet’ wel kunnen voorschrijven.

Vrijheidsstrijders
Wanneer moeders en artsen de problemen van de pandemie definiëren lopen ze met een grote boog om wetenschappelijk medisch en virologisch onderzoek heen. Zij vinden dat de overheid de verkeerde maatregelen treft. De overheid is de schuldige, de reguliere geneeskunde loopt aan de leiband van de overheid. Vanuit die definitie juridiseren ze de problemen, en naarmate de pandemie langer duurt en de maatregelen blijven voortduren worden ze steeds strijdvaardiger tegenover wat zij als ‘ het establishment’ zien.

Na de overheidsmaatregelen van 26 november 2021 kondigen de moeders de fase van ‘Weiger-moed’ aan. ‘De druk wordt opgevoerd om ons wanhopig en gehoorzaam te maken’, zo schrijven zij. ‘Wij hebben het afgelopen anderhalf jaar zo goed mogelijk volgehouden, door creatief te zijn, door elkaar tot steun te zijn, maar duidelijk is dat deze overheid niet voor rede vatbaar is en niet van plan is onze vrijheid terug te geven.’ De Moederhart gemeenschap zet een tandje bij, zo stellen zij. De toon van Moederhart is die van verzetshelden: ‘In het belang van een onbevangen toekomst van onze kinderen, sta ik op en trek ik een grens. Ik werk niet vrijwillig mee. De vraag is, wat gaan jullie doen? Gaan jullie op de school een testbeleid implementeren? Ik hoor het graag.’ Ook de artsen voeren de strijd op, door rechtszaken te beginnen. Wanneer het Nederlandse Huisartsen Genootschap niet meegaat in hun aanbeveling om patiënten Ivermectine te verstrekken, spant een aan het ACC verwante groepering, Zelfzorg Covid-19, een rechtszaak aan.

Naarmate de tijd verstrijkt ervaren moeders en artsen een toenemende vijandigheid van de buitenwereld, en wanneer ze voor hun gevoel tegen hun eigen morele grenzen aanlopen zijn ze bereid om tot burgerlijke ongehoorzaamheid over te gaan. Ze kennen zichzelf dan de status van verzetshelden toe, ter wille van een vrijheidsstrijd in dienst van hogere idealen.

2
‘Samen krijgen we de overheid eronder’
De coronatijd was een crisistijd, waarin overheidsinstellingen en instellingen als de WHO voortdurend onder vuur lagen. Zorgen waren er in brede kring en op allerlei terreinen: over kinderen en jongeren, over privacy, burgerrechten en proportionaliteit, over de vraag of het corona-beleid wel constitutioneel was, over de tijdelijkheid van noodmaatregelen.

In hun bezorgdheid zijn Moederhart en het ACC niet bijzonder. Wel onderscheiden zij zich van anderen in ‘niet meer mee willen doen’. Ze trekken nieuwe politieke scheidslijnen, ze formuleren eigen politieke doelstellingen en stemmen hun handelen daarop af. Ze weigeren vaccins en laten daardoor een deel van het rationele repertoire van mensen in de eenentwintigste eeuw ongebruikt, willens en wetens en uit vrije keuze. Ze verzetten zich tegen de wetenschap die ernaar streeft om het kenbare deel van de wereld groter te maken en het mythologische kleiner. In die zin is hun handelen welbewust niet-rationeel. Ze geven hun gevoelens alle ruimte. Zo plaatsten de moeders een citaat van Antoine de Saint-Exupery op hun site: ‘Enkel met het hart kan men goed zien. Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen.’

De corona-activisten hanteren een eigen rationaliteit met een eigen retoriek. Zo noemen ze het Nederlandse regime een ‘dictatuur’ en ‘vrijheid’ draait bij hen om eigenbelang – met als hoogste goed dat je zonder overheidsinmenging je gang kunt gaan (Annelien de Dijn , OVT 02/01/2022). In hun woordgebruik verwijzen ze naar de Tweede Wereldoorlog, en spreken van ‘verzet’ en ‘genocide’, zonder zich te bekommeren om de historische betekenis daarvan. Ze gebruiken die woorden met opzet als hyperbool. Ze doen alsof Nederland een ‘politiestaat’ is, alsof het ‘mensonterend’ is als kinderen mondkapjes dragen, ze doen alsof hun risicoloze weerstand iets te maken heeft met ‘het verzet’ tussen 1940 en 1945 .

De idealen van de moeders en de artsen doen denken aan de counterculture van de jaren 1960, maar in de nieuwe context geven ze er een eigen draai aan. Het woord ‘liefde’ bijvoorbeeld, dat ze te pas en te onpas gebruiken, krijgt soms zelfs een lugubere betekenis. Zoals bij Gideon van Meijeren (FvD) die tot ‘liefdevol en vreedzaam verzet’ oproept, wanneer hij het heeft over de bestraffing van ‘ernstige misdrijven die gepleegd worden door de verantwoordelijken van het onrechtmatige coronabeleid’ (NOS 07/01/2022) . Het zijn woorden die doen denken aan de zwartste dagen van de Chinese Culturele Revolutie.

De acties tegen de corona-maatregelen zijn een uiting van langer bestaande maatschappelijke tegenstellingen en na corona zullen de acties in een andere vorm doorgaan. Populisten en een deel van de tegenstanders van het coronabeleid kunnen elkaar vinden in verzet tegen de democratie en de rechtsstaat. Met leuzen zoals: ‘#ikdoenietmeermee’, en ‘Alleen samen krijgen we de overheid onder controle. Free the people’.

Het zijn vrijheidsleuzen die in tegenspraak zijn met het ongekende controleverlies dat de corona-pandemie teweeg bracht. In termen van Norbert Elias kwam op drie niveaus een grote kwetsbaarheid aan het licht – in de relatie met microparasieten zoals het Covid-19 virus, in de effecten daarvan op het sociale leven waar mensen een voortdurend besmettingsgevaar voor elkaar vormden, en in de reacties van mensen afzonderlijk.

De reacties op de sites van Moederhart en het ACC zou je als een proces van decivilisatie kunnen interpreteren: van derationalisatie en van een inkrimping van de netwerken met wie volgelingen en geestverwanten zich identificeren. Die bewuste beperking van rationaliteit in combinatie met een politisering van hun strevingen speelt rechts-populistische stromingen verder in de kaart, en geeft een nieuwe Schwung aan politiek extremisme.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s