Home


Een serie kleine vensters op families die al decennia op de markt werken. Rineke van Daalen deed er onderzoek naar en schreef er een boekje over: ‘Families op de markt – De Albert Cuyp’ ISBN9789464188370

In het buurtblad De Pijpkrant verschijnen de volgende maanden kleine portretten van mensen die al decennialang op de markt werken. Rineke van Daalen schrijft daarin vervolgstukjes op haar boek Families op de markt, De Albert Cuyp. Rob Godfried maakt er prachtige foto’s bij. De fritesstal van de familie Pietersma is het eerste aan de beurt. Jeroen staat achter de toonbank. (December 2021)

Markten hebben waar dan ook iets romantisch. Ze horen bij een wereld die grotendeels is verdwenen, iets om nostalgisch van te worden. Veel markthandel wordt bedreven door families. Zo ook op de Albert Cuyp.

Aflevering 1, de familie Pietersma en Jeroen, december 2021

Neem de fritestent van de Pietersma’s. Co Pietersma’s vader stond al met haring op de Dappermarkt, net als zijn oma en tante. Toen zijn vader op Koninginnedag merkte dat patat wel leuke handel was, zei hij: ‘Ik kap met die haring, ik ga in de patat.’ Hij had genoeg van het gedoe met de haringen die thuis in twee badkuipen moesten worden schoongemaakt. En zo verkoopt de familie sinds 1959 patat, op de hoek van de Van Woustraat. Inmiddels staat de volgende generatie samen met Jeroen (zie foto) in de stal.

Frites is hun hoofdartikel, broodje kroket of frikandel doen ze erbij. ‘Wij maken ons leven lang al patates frites van verse aardappels, zegt Co. Veel lekkerder dan fabriekspatates, met echte mayonaise en piccalilly. Ze hebben een prima standplaats. Mensen die in de buurt werken zijn vaste klanten, automobilisten springen even uit hun auto om frites te halen, toeristen genieten van hun terrasje.

Aflevering 2, Puk, de haringman, februari 2022

Puk staat zes dagen per week op de markt. Hij verkoopt haring en zuur, bij tij en ontij. Hij is geboren in de Pijp, in een groot gezin. Vanaf zijn twaalfde werkt hij op de Albert Cuyp. Veel van zijn familieleden zijn ook op de markt te vinden, in verschillende koffiehuizen en bij een bloemenstal.
Bij Puk staat altijd Radio 10 aan, en een enkele keer zingt hij mee. Sitting on the dock of a bay, liedjes uit de jaren zestig. Maar op dit moment, middenin de zoveelste lockdown, valt er weinig te zingen. Op de stal staat een foto van koningin Beatrix die jaren geleden een haring bij Puk kwam eten. Dat waren nog eens tijden. Toen stonden ze op drukke dagen met zijn zessen achter de stal, maar tegenwoordig kan hij het gemakkelijk alleen af. Eigenlijk, al te gemakkelijk. Vaak vraagt hij zich af: is het ‘einde verhaal’ voor de markt? ‘We zien het wel’, zegt Puk en hij blijft op zijn post. Kom eens bij hem langs, en koop een haring. ‘Verantwoord lekker’, zoals de reclame het zegt.

Aflevering 3, de familie Tol, april 2022

Kees en Paul Tol, vader en zoon, zijn de vierde generatie die op de hoek van de Eerste van der Helst straat vis verkopen. Ze dragen geen Volendams visserskostuum meer, maar ze wonen nog steeds in Volendam, en de plaats van hun stal is niet veranderd. Ze maken lange dagen, van dertien, veertien uur. Vroeg naar de visafslag en de Albert Cuyp en ‘s avonds weer in de file terug. Kees staat al 56 jaar op de markt, vanaf zijn veertiende jaar. Paul gaat naar de afslag in IJmuiden, koopt de vis in en brengt die naar de markt. Kees gaat naar de Albert Cuyp en maakt de kraam klaar voor de handel, waar ze de rest van de dag samen vis verkopen.
Bij de familie Tol kan je altijd terecht voor een praatje. Over de aanschaf van kaplaarzen, over de drijfnatte weilanden van Waterland, en zo’n gesprek gaat moeiteloos over in een beschouwing over de wereldproblematiek. ‘Nog even en we hebben de aarde naar de verdommenis geholpen’, zegt Kees. ‘En we doen er niets aan’. ‘Wel iets’, zeg ik aarzelend. ‘Ach,’ zegt Kees, ‘praten dat kunnen ze wel’. En praten dat kan Kees ook, net als zijn zoon Paul.


Aflevering 4, de familie Van Hilten, juni 2022

Maikel van Hilten verkoopt fruit en sapjes, op de hoek van de Ferdinand Bolstraat. Hij behoort tot een van de grote traditionele marktfamilies: de Van Hilten dynastie. Als kind hielp hij zijn ouders op de markt. Hij deed het niet voor zijn plezier, en had nooit kunnen bedenken dat zijn grootvader hem later tot de markt zou verleiden. Zijn ouders verkochten fruit, en een andere tak van de Van Hiltens staat iets verderop, ook met een grote stal met fruit. Zijn oom Paul had een groentestal. In de coronatijd was hij een van de weinigen die gewoon bleef komen. Hij wordt regelmatig geholpen door zijn zoon – die voor zichzelf overigens een andere toekomst ziet weggelegd. Maikel heeft plezier in zijn werk. ‘Als ik hier alleen ben en de stad ontwaakt. Dat vind ik echt een magisch gezicht. Dan maak ik mijn stal op, dat vind ik leuk, met kleurtjes allemaal. Echt leuk en dan is ‘t klaar en dan ga ik een kop koffie pakken. Heerlijk.’ Hij geniet van zijn klantenkring, van wie een groot deel al vanaf dag één zijn stal bezoekt.
Hij is de sportsman van de markt. Bovenop zijn lange werktijden traint hij zoveel hij kan. Hij heeft al een paar triatlons achter de rug, in binnen en buitenland. Hij fietst, hij zwemt, hij rent. In augustus wil hij de triatlon in Ierland gaan doen, in Cork.

Aflevering 5, de familie Overwater, augustus 2022

Anton Overwater komt uit een van de oude Amsterdamse marktfamilies. Hij verkoopt buitenlandse groenten op de Albert Cuyp. Zijn broer is met neven en nichten op de Nieuwmarkt te vinden. Ze komen uit een familie van tuinders die met de uitbreiding van de stad steeds verder moesten opschuiven. Zijn grootvader had een ‘tuin’ op de plaats waar nu het Concertgebouw staat, zijn vader raakte na de oorlog zijn land kwijt en ging net als zijn twee broers op de markt staan.
Anton heeft gestudeerd en had ook ander werk kunnen doen. Maar deels door toeval, deels uit eigen voorkeur kwam hij toch op de markt uit. Een zus werd kraamverpleegster, een broer werd fiscaal jurist, zijn jongste zusje werd IC-verpleegkundige. Zijn vrouw heeft verschillende opleidingen in het hoger onderwijs afgerond en heeft personeelswerk gedaan. Zijn dochter is dokter en ziet voor zichzelf geen toekomst in de markt. Een neef op de Nieuwmarkt wilde eerste geneeskunde gaan studeren, maar toen hij werd uitgeloot kwam bij toch op de markt terecht.
De marktfamilies vormen open netwerken met relaties in verschillende kringen. Voor jongere generaties is de markt niet meer vanzelfsprekend. Ze kiezen zelf een opleiding en een beroep.

Aflevering 6, Wim Hoekstra, eerste generatie op de markt, oktober 2022

Niet alleen bloemen, groenten, fruit en haring hebben een verhaal over de markt. Ook stoffen kunnen iets vertellen. Zoals de stoffenstal van Wim Hoekstra, die al vijftig jaar lang op de markt staat. Wim begon in de textiel bij grote textielbedrijven. Hij nam daar onder andere orders op en kwam in contact met marktkooplieden. De markt trok hem aan om de vrijheid en de zelfstandigheid, je kon er zonder grote investeringen voor jezelf beginnen.

De zaken gingen redelijk, maar toen vrouwen minder gingen naaien werd ook de handel minder. Hoekstra zocht nieuwe klanten en hij ontdekte dat halve meters verwerkt konden worden in quilt & patchwork. Mooi uitgestald in folie bleken ze goed te verkopen. Ook vond hij een nieuwe klantenkring in Surinamers. Zij waren vooral geïnteresseerd in Afrikaanse en Indonesische stoffen. Een tijdlang deed hij goede zaken, maar tegenwoordig heeft hij concurrentie van een jongen in de Bijlmer. Nu zoekt hij zijn klanten onder toeristen.

Inmiddels is Wim tachtig jaar. Zijn werk op de markt is een aanvulling op zijn AOW. Hij staat er met plezier, het geeft hem frisse lucht, gymnastiek, een doel en contacten. Maar hij vindt de markt een braderie geworden en ziet er geen toekomst in. Zijn twee zoons hebben beiden gestudeerd en zijn zelfstandig.

Aflevering 7, Cindy Sijmons, december 2022

Bloemen fleuren de markt op, zeker met een vrolijke koopvrouw als Cindy in de kraam. Cindy is een bekende verschijning, met haar rescue-hond uit Portugal. Werken op de markt is zwaar en niet veel vrouwen zijn daartegen bestand. Cindy staat er al dertig jaar en heeft voor 70% een vaste klantenkring.

Als kind hielp ze haar vader in de beddenwinkel, maar haar ooms bloemenstal vond ze aantrekkelijker. In de jaren 1980 verkocht haar vader de winkel en ging verder met zijn zwager. Cindy kwam daar op zaterdagen helpen. Ze zat nog op de Ivko-school, ‘een Montessori kunstvakschool’, waar ook toneel op het programma stond. Het is niet direct de opleiding waar je bij een bloemenvrouw aan denkt, maar Cindy vindt dat ze op de markt een beetje drama wel kan gebruiken. Om bloemen te verkopen en lief en leed van haar klanten aan te horen. Ze praat graag en gemakkelijk, en heeft naar eigen zeggen de gave om te luisteren. Ze is verbaasd wat mensen haar vertellen, meer dan zijzelf aan het meisje van de bakker zou toevertrouwen.

Ze kan met iedereen op de markt overweg en ze probeert haar klandizie zo goed mogelijk te verdelen. Gerookte makreel vindt ze het lekkerste bij de ene stal, zalm bij de andere. Ze vindt het jammer dat de markt een etensmarkt is geworden, een toeristenmarkt. Vroeger was er meer variatie.

Aflevering 8, Dennis van Mourik, februari 2023

‘Ze kunnen lullen wat ze willen, maar het leeft wel’. Dat zegt Dennis van Mourik over de markt. Vanaf zijn twaalfde jaar heeft hij in de groentestal van zijn vader geholpen, na school en in de weekends. Zijn vader is in 2022 overleden en hij staat er nu alleen voor. De familie Van Mourik vormt een van de grote markt-dynastieën. Dennis is inmiddels de vierde generatie. Zijn grootvader van vaderskant verkocht aardappelen, diens moeder had een groentewinkel in de Quellijnstraat en kwam op zaterdag op de markt ‘los maken’. De moeder van Dennis komt uit de familie Lovers van de rondvaartboten. Dennis heeft vaak meegevaren en herinnert zich nog het spuien bij de sluis in de Brouwersgracht. Je wist nooit zeker of je er wel door kon varen. Als jongen heeft hij op het internaat van de Zeevaartschool gezeten en daar zijn vaardiploma’s gehaald. Toen hij begin twintig was voer hij een poosje op de Rijn en daarna viste hij garnalen. Heel zwaar werk, met onderbroken nachten. Na de hartaanval van zijn vader hield hij op met varen en kwam weer op de markt terecht. Een vertrouwde plek waar hij woont en werkt.

Aflevering 9, Rudi’s stroopwafels, april 2023

Vóór corona hadden Rudi en zijn familie het zo druk, dat ze de stilstand wel even “lekker rustig” vonden. Maar dat is nu voorbij. Als ik op een zaterdag langs kom, gaan de stroopwafels onafgebroken over de toonbank, in het Nederlands en het Engels. Klanten weten de stal van over de hele wereld te vinden, en sites zoals tripadvisor helpen een handje. Zelfs op een natte winterdag staat er een rij toeristen voor de kraam, wachtend tot ze aan de beurt zijn, schuilend onder hun paraplu’s. De stroopwafelbakkers hebben een zogenaamde ‘Efteling-opstelling’ gemaakt, hun klanten wachten in een slinger. “Misschien kennen ze ons in het buitenland nog wel beter dan hier”, zegt vader Rudi. Hij is er meestal alleen nog op vrijdag of zaterdag. Vlak voor hun terugreis kopen ze nog wat stroopwafels of een stroopwafelblik, en ze zijn blij verheugd als blijkt dat ze er een gratis vulling bij krijgen.

Gelukkig heeft Rudi ook nog zijn vaste klanten uit Amsterdam. Als die geen zin hebben om zich in de rij wachtenden te voegen, helpt Rudi ze aan de achterdeur. Het zijn tevreden klanten, van wie sommigen al sinds hun kindertijd stroopwafels komen eten. “De markt is er alleen maar beter op geworden”, zegt een klant. “Lekker multi-culti, altijd gezellig en veel nieuwe stallen.”

Aflevering 10, de familie Bades, juni 2023

Vele generaties slager

De familie Bades begon met een slagerij op de eerste markt, met als extraatje groenten, olijven, dadels, noten, en een groot assortiment aan bonen en graanproducten. Tijdens corona hebben ze hun winkel met een groenten- en fruitkraam kunnen uitbreiden. Ze zien het als een geluk bij een ongeluk. De twee generaties die nu in de winkel staan zijn afstammelingen van een slagersfamilie in Al Hoceima die het vak van vader op zoon heeft doorgegeven.

In 1964 maakte Mohamed Bades de overstap van Al Hoceima naar Amsterdam, als een van de eerste Marokkaanse gastarbeiders. Het wervingsakkoord tussen Marokko en Nederland was nog niet eens gesloten (1969). Gezinshereniging werd pas later mogelijk: begin jaren 1980 komt de familie van Mohamed uit Marokko over, en wat later beginnen ze ook in Amsterdam een slagerij. Mohamed junior die nu de baas is, is de man met de slagers-expertise en de diploma’s op dat gebied. De jongere generatie – Nassiri en de jongste Mohamed – staan ook in de winkel en in de kraam. Nassiri heeft opleidingen op het gebied van handel gevolgd, en heeft slagerservaring in de winkel opgedaan. Zijn jongere broer heeft een technische achtergrond.

De familie Bades past prima in het rijtje van collega-kooplieden die het marktvak van generatie op generatie hebben doorgeven. In hun geval heeft die overerving zich zelfs over de grenzen voortgezet.

Aflevering 11, Popai Oliva, oktober 2023

Delicatessen bij Popal

Op de zogenaamde derde markt, het laatste blok voor de Van Woustraat, staat al meer dan twintig jaar een delicatessenkar, met belegde broodjes, olijven, gevulde en gedroogde tomaatjes, artisjok, mozarella, humus, falaffel en feta. De eerste eigenaar, die inmiddels is overleden, was een van de eersten die in Nederland mediterrane artikelen ging verkopen. Hij heeft veel geëxperimenteerd met het assortiment, en nu mensen minder vlees eten zijn hun vegetarische broodjes erg in trek. Op de tweede markt hebben ze van twee andere kramen concurrentie gekregen.

De Popals hebben een vaste plek en een vaste kring met klanten die wekelijks bij hen langskomen. Ook ‘bekende Nederlanders’. Mariam, de vrouw van de eerste eigenaar, is nu de baas van de handel. Ze wordt geholpen door haar zoon en door oude collega-vrienden van de baas, Jawed en Hamid.

Het echtpaar Popal kwam oorspronkelijk uit Griekenland, Jawed en Hamid uit Afghanistan. Allemaal hebben ze goede contacten met de kooplieden om hen heen. “Ze zijn als één familie”, zegt Jawed. “Dat moet ook wel als je dag in dag uit met elkaar op de markt staat”. De familie Popal denkt niet aan ophouden, de kinderen willen graag doorgaan.

Aflevering 12, Dai Bui, december 2023

“Als ’t niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals ’t gaat”

Dit zegt Dai Bui over de toekomst van de Albert Cuyp. Dai is de energieke Vietnamese Loempiabakker, vlakbij de Van Woustraat. Zijn ouders zijn in 1979 vanuit Vietnam naar Nederland gevlucht. In Vietnam studeerden ze alle twee rechten, maar in Nederland hadden ze daar niet veel aan. Dai’s vader werkte hier in de komkommers en pelde bollen. Ergens in de jaren tachtig ontdekte een Vietnamees in Den Haag dat hij geld kon verdienen met Vietnamese loempia’s. De Vietnamese gemeenschap pakte dat op en Dai’s vader was een van hen. Om loempia’s te verkopen hoefde je de taal niet machtig te zijn en je werkte voor jezelf. Dai’s vader kwam zo op verschillende markten. In Beverwijk, Haarlem, op de Dappermarkt, tenslotte de Albert Cuyp. Daar had hij in de begintijd wel een standplaats, maar geen bakvergunning. Dat probleem loste hij op door zijn loempia’s af te bakken in de keukens van omwonenden op de Albert Cuyp. (maakte hij afspraken met bewoners van de Albert Cuyp.) Dai’s moeder werkte mee op de markt en doet nu nog de boekhouding.

Dai stond vanaf zijn twaalfde jaar een dag per week in zijn vaders stal, later werd dat meer. Hij haalde zijn master marketing aan de Erasmus Universiteit en heeft daar zijn beste vrienden aan overgehouden. Maar hij verkoos de markt boven een kantoorbaan. Vanwege de contacten met andere ondernemers en om de band met zijn vaste klantenkring uit de buurt. Daar is het hem om begonnen.

Aflevering 13, Fred van Tol, februari 2024

Bij de Plantenmarkt kan je voor planten en bloemen terecht. De zaak ligt op de tweede markt, en beslaat een ruimte die zich uitstrekt van de marktkraam tot aan de Gerard Doustraat. Ze hebben een divers aanbod met veel seizoensplanten.De vader van Fred van Tol startte het bedrijf in de jaren vijftig. Hij komt uit een tuindersfamilie uit Nieuwveen en via zijn vrouw belandde hij in Amsterdam. Zijn broers hebben lange tijd rozen en asters gekweekt.
Fred was vanaf zijn jeugd op de markt te vinden en samen met zijn vader kocht hij al vroeg handel in, vooral bij kwekers. Hij volgde een opleiding MBO bloemsierkunst, en leerde het vak bij een goede bloemist. Op zijn achttiende ging hij op de Albert Cuyp full-time in de planten werken. Zijn vader is heel jong overleden en zijn moeder en twee oudere broers hebben het bedrijf voortgezet. Later nam Fred het bedrijf over, en hij runt het nu sinds 1985. Het bedrijf is een echt familiebedrijf gebleven. Zoon Nick zit er ook in.

Het gaat op de markt met pieken en dalen. Een belangrijke factor is het weer. Maar ze hebben niet te mopperen. In de coronatijd bleven ze half open, en zo kwamen nieuwe jonge mensen hen op het spoor. Ze zijn de laatst overgebleven plantenzaak op de Albert Cuyp.

Aflevering 14, De familie Huang, april 2024

Van Dim Sum en thee tot Kimono’s
Op de eerste markt zijn Yiwei Huang en Ci Ci te vinden. Hun twee dochters studeren, maar ze komen helpen als hun ouders het vragen. Yiwei en Ci Ci hebben drie vaste plaatsen, en een winkel. Hun klassieke Chinese handel is in één kraam ondergebracht, en bestaat uit cadeau-artikelen, zoals Chinese zeep, drankjes, Boeddha’s, kleine speelgoedjes, eetstokjes, wierook, massageballen, fietssloten, aanstekers die een poosje erg populair waren.De Huangs stonden eerst op de derde markt, nu aan het begin van de eerste.
Met corona zijn ze ook etenswaren gaan verkopen. De gepofte mais en Dim Sum die in de tweede stal gemaakt worden kunnen ook ‘Take Away’. In de winkel achter de kramen verkopen ze Bubble Tea, maar ook kimono’s. En daar is een prachtig schone WC waar je voor een Euro op mag. Yiwei is vooral goed in de Dim Sum, Ci Ci is gespecialiseerd in de thee. Er zijn in de stal een paar zitjes voor de klanten.
Yiwei’s vader had voor de communistische revolutie een grote winkelketen, maar toen die genationaliseerd werd moest hij in dienst van derden werken. Zijn moeder was docent Chinees. Hij bezoekt ze ieder jaar. Zelf is hij afgestudeerd in de natuurkunde. In 1992 vertrok hij naar Nederland om iets nieuws te proberen. Hij wilde informatica gaan studeren, maar het werd de lerarenopleiding wiskunde. Zijn beheersing van de Nederlandse taal was minder goed dan zijn wiskundige kwaliteit (“Is dit wat je bedoelt?”). Dat was ook een probleem bij zijn stage op het Berlage Lyceum. 
De groothandel die hij toen heeft opgericht gaf hem meer vrijheid, en via een paar van zijn klanten kwam hij op de markt terecht. De klassieke handel stagneert een beetje, maar de Dim Sum en de Bubble Tea doen het goed. Ze krijgen een hoge waardering op Google maps.

Aflevering 15, Ron van Dijk, juni 2024

Een ondernemer in noten en chocola

Ron van Dijk is een ondernemer, en van jongs af aan verbonden met de Albert Cuyp. Hij woonde tot zijn vijfde in de Gerard Doustraat, nu in de Watergraafsmeer. Tot zijn 45e jaar werkte hij een deel van de week in het bedrijf van zijn vader, die op de Albert Cuyp karren verhuurde en opzette. Vanaf 1975 werkte Ron bij Rinus Meijer die alleen sinaasappelen verkocht. Een soort handel die niet meer bestaat, net zomin als de aardappelhandel. Via een kennis met een groothandel in fruit, kwam Ron in de noten terecht. Eerst verpakte hij noten in netjes. Maar Ron is te zeer ondernemer om het bij noten te laten. Toen de cacaoprijs de handel in chocolade lucratief maakte leerde Ron zichzelf chocolade maken. Door schade en schande werd hij wijs. Zo wilde hij bonbons met roomboter en slagroom maken. Lekkerder is er toch niet? Maar toen hij in 1998 zijn chocoladewinkeltje had opgeheven, bleken de bobons geen geschikt artikel voor de markt. Zijn conclusie: ‘Je moet op de markt geen winkeltje spelen’. Inmiddels heeft Ron vijf stallen. Twee met noten, en drie met chocola, waaronder een door Ron zelf uitgevonden erotische afdeling. De winkel erachter fungeert als opslag, en om chocola te maken.

Ron werkt samen met zijn familie, met zijn vrouw Ilona en hun zoon en dochter. Ze worden geassisteerd door Irene. Hoe het met zijn zaken gaat? ‘Nederland bestaat niet meer’, zegt Ron. “Er wonen geen Nederlanders meer’. Hij heeft gemerkt dat iedere nationaliteit een eigen chocolaatje lekker vindt, en de familie Van Dijk past hun assortiment bij al die smaken aan.

Aflevering 16, de familie Hogendoorn, augustus 2024

Niet bij kaas alleen

Bijna vijftig jaar verkocht Jan Hogendoorn kaas op de Albert Cuypmarkt, al was het de eerste tien jaar sappelen zonder een vaste marktplaats. Jan liet een grote familie na. Dertien kinderen, zes meisjes en zeven jongens. Als ze allemaal bij elkaar zijn, met aanhang en kleinkinderen, dan zijn ze met zestig mensen. Ze wonen allemaal in een straal van tien kilometer rondom Vlist.

De familie heeft twee karren waarin ze kaas verkopen. Eén op de Albert Cuyp en één waarmee ze in Goverwelle, Gouda, Gorinchem en Berkenwoude op de markt staan. Drie Hogendoorn kinderen werken vast in de kaas. Jan van Jan doet dat full time. Hij heeft de zaak overgenomen. Twee zusjes doen het een dag in de week, voor de een als hobby, voor de ander als bijbaan. ‘Lekker kaas verkopen op zaterdag’, zegt een van de zusjes. Ze staan graag op de markt, al houden ze niet van kaas. Van hun moeder moesten ze altijd kaas eten, behalve op zondag.

Als ik langskom staan er drie dames in de stal, Gerdineke, haar zus Elsbeth, en een nichtje, de dochter van de oudste broer. Ze heten me hartelijk welkom en beginnen meteen met hun verhaal. Kaas is belangrijk voor ze , maar hun wereld houdt niet op bij kaas. Gerdineke deed de mavo, de havo en de pabo, en ze geeft vier dagen les aan groep drie, vier en vijf op een klein schooltje in Polsterbroek. De school telt veertig leerlingen. Elsbeth heeft Duits gestudeerd, ze is boerin en heeft vier kleine kinderen. Een ander zusje heeft wiskunde gestudeerd, en nog een andere zus studeerde Nederlands. Het is maar een greep, we hebben niet de levensloop van de overige kinderen besproken.

Jan, het eerste kleinkind had de opvolger van grootvader Jan zullen worden. Maar op zijn tiende kreeg hij orgelles, en daar kon de kaas niet tegenop. De jonge Jan zit nu op het conservatorium, maar Hogendoorn-kaas is en blijft een familiebedrijf.

Aflevering 17, The Twins, oktober 2024

Olijven van eigen grond

The Twins verkopen olijven, humus en nog veel meer heerlijks uit de mediterranee. Eigenlijk zijn ze met zijn drieën. Said en Youssef zijn met de handel op de Albert Cuyp begonnen. Ze zijn even oud, ze lijken op elkaar, en ze vonden The Twins een goede naam. Maar broers zijn ze niet. Rashid is de echte broer van Youssef, Said zien ze als ‘bonusbroertje’. De broers zijn geboren in Leiden, maar ze komen uit een familie met een grote olijfboomgaard in een dorpje vlakbij Oujda. Daar komen hun olijven en hun olijfolie vandaan. Hun familie in Marokko ziet toe op de olijven, zelf gaan ze een paar keer per jaar helpen.

De stal is helemaal vegetarisch. The Twins verkopen geen salades met vis, geen ansjovis. Hun moeders hielpen hen vroeger met het maken van humus, dipjes en harirasoep, maar tegenwoordig maken ze die zelf. Ze zijn vijftien jaar geleden begonnen, toen er op de markt nog twee andere kramen met olijven stonden: die van Popal en die van Chris, die inmiddels met pensioen is. Ze zien de anderen als concullega’s.

Ze werken heel hard: “Bloed, zweet en tranen, maar we hebben absoluut niet te klagen”. Het gaat The Twins heel goed. “Een top job”, zegt Rashid. Ze hebben een grote en vaste klantenkring, ook van buiten Amsterdam. Rashid denkt dat mond tot mond reclame heel belangrijk is. Ze houden van hun werk, zijn vrolijk en maken gemakkelijk contact. Rashid vertelt dat ze veel klanten bij naam kennen, ze weten wie hun kinderen en zelfs hun kleinkinderen zijn. Terwijl Rashid en ik zitten te praten komt er een klein jongetje langs: “Ah wat is hij groot geworden”, zegt Rashid.

Sinds een half jaar hebben ze naast hun kraam een mooie winkel. Die gebruiken ze onder andere om hun klanten te spreiden. Vooral op zaterdagen stonden mensen in lange rijen, lastig voor de klanten en voor andere marktkooplieden. The Twins gebruiken portofoons om vanuit de markt en de winkel met elkaar te communiceren.

Ik vraag of Rashid de markt de afgelopen 15 jaar veranderd vindt. Hij vindt het een beetje zonde dat de gewone standaardkramen verdwijnen en dat daarvoor in de plaats toeristenspul komt.

Aflevering 18, N&N Stoffen, december 2024

Nick en Marjon Schill hebben samen een winkel met twee kramen ervoor, N&N stoffen, voor kleding en interieurs. Alletwee hebben ze een geschiedenis met de markt. Marjon is geboren in de Gerard Doustraat, haar grootouders stonden op de markt, haar oom heeft nog steeds een kraam met sokken. Marjon heeft daar zelf ook gewerkt, met haar broer en haar moeder. Haar kinderen zijn daar zo nu en dan op zaterdagen te vinden, de vierde generatie.

De ouders van Nick verkochten ansichtkaarten en tweede-handsservies, dat ze in de avonduren lijmden en opknapten. Maar toen Nick’s vader in de jaren zeventig een partij stoffen op de kop tikte, bleek dat veel beter te verkopen en veranderde hij van handel. Op de Albert Cuyp, maar ook in de Westerstraat en in Purmerend. Nick hielp wel eens op zaterdagen en in de vakantie, maar hij stond liever aardappelen te wegen in de stal van ome Piet. Nooit had hij gedacht dat hij later toch weer in de stoffen terecht zou komen, en dat hij daar zelfs plezier aan zou beleven.

N&N Stoffen, genoemd naar Nardus de vader en Nick de zoon,heeft een vaste klantenkring, ook veel jonge mensen van de Amsterdam Fashion Academy en van mbo-scholen. Deze studenten geven ze 5% korting. Voor toeristen hebben ze stoffen met een opdruk van Amsterdamse grachtenhuizen, tulpen en De Nachtwacht. Sinds Jan de Kleinvakman is opgehouden verkopen ze een beperkte collectie fournituren.

Aflevering 19, Lunchcafé Bozz, April 2025

Koffiehuizen zijn de huiskamers van de markt. Voor kooplieden een trefpunt, voor marktbezoekers een plaats voor koffie. Een van die koffiehuizen is Lunchcafé Bozz. Het heeft een lange geschiedenis die gekoesterd wordt door Raymond Wiersema, die het bedrijf runt. Aan de muur hangen oude foto’s en een wandschildering van Lucky Luke. Een vorige eigenaar was bevriend met de tekenaar van de strip, Maurice de Bevere.

Raymond woont om de hoek. Hij is hier niet opgegroeid, maar voelt zich er als een vis in het water. Hij kent veel mensen en de horeca is hem van jongs af aan vertrouwd. Als klein kind ging hij vaak logeren bij zijn grootouders die ten noorden van Groningen een café met een slijterij hadden. Zijn grootmoeder was er de spil van. Zij zorgde voor een sfeer van gezelligheid en ‘we helpen elkaar’. Raymond wil die traditie graag voortzetten. Hij denkt dat hij als kleinzoon de gaven van zijn oma heeft overgenomen.

Voor Corona was hij chef-kok op het Marie Heinekenplein, na Corona solliciteerde hij bij Lunchcafé Bozz. Als enige met horeca-ervaring werd hij daar de baas. Hij biedt zijn klanten een eenvoudige kaart, met betaalbare prijzen.

Raymond ziet de markt geleidelijk achteruit gaan. Jammer dat de diversiteit door de vele eettentjes minder wordt.

Leave a comment