Home

Terug naar Reims van Didier Eribon is een boek over zijn jeugd en zijn familie, en over de manier waarop hij met zijn familie heeft gebroken. Maar het is ook te lezen als een studie over identiteiten. De eerste druk van het boek is in 2009 verschenen, in 2018 is het in het Nederlands vertaald. Dat ik er nog nooit van gehoord had zegt meer over mij dan over het boek. Het is duidelijk dat je wat mist, wanneer je het Franse taalgebied links laat liggen.

Eribon werd in 1953 in een arm arbeidersgezin geboren. Zijn vader ging van school zonder een lagereschooldiploma, hij werd fabrieksarbeider, eerst ongeschoold, later geschoold, en nog later werd hij opzichter. Eribons moeder was schoonmaakster, wasvrouw en ook fabrieksarbeidster. Didier Eribon bleek al snel een briljante leerling te zijn, die het op school voortreffelijk deed, die het gymnasium en de universiteit doorliep en die met weinig moeite wist toe te treden tot de kaste der intellectuelen. Hij maakte nog een overstap: hij werd homoseksueel in een wereld met een groot taboe op homoseksualiteit. Belediging en stigmatisering van homoseksuelen behoorden in zijn familie en op school tot het standaardrepertoire, en ook de marxisten en trotskisten met wie hij zich politiek sterk verwant voelde moesten niets van homoseksualiteit hebben.

Intellectueel worden en homoseksueel worden – beide wordingsgeschiedenissen waren alleen mogelijk wanneer Eribon een radicale breuk met zijn familie forceerde. Hij wordt filosoof en socioloog en zijn vroege onderzoek gaat over seksuele schaamte, over onderwerping en overheersing. Hij ontleedt het taboe uit zijn jeugd en geeft ondertussen vorm aan zijn leven als homoseksueel. Pas wanneer zijn vader overlijdt vraagt Eribon zich af waarom hij nooit over zijn arbeidersachtergrond heeft geschreven, waarom sociale schaamte al die tijd niet voor sociologische reflectie in aanmerking kwam. Waarom was dat moeilijker dan te schrijven over seksuele schaamte? Het taboe – en zijn schaamte – over zijn herkomst waren groter dan het taboe – en zijn schaamte – over zijn homoseksualiteit. Het interessante van Retour à Reims is dat Eribon daarin ook terugblikt op zijn leven als arbeiderskind én op de breuk met zijn familie. Hij schreef het boek toen hij zich al had losgemaakt van zijn familie en toen hij in staat was om dat proces met enige kritische afstand te bekijken. Hij geeft zich rekenschap van de maatschappelijke vernedering van zijn ouders en van hun armoede, en hij bekijkt het handelen van de verschillende gezinsleden in dat licht. Hij beschrijft ook zijn eigen rol en spaart zichzelf niet. Alleen een hardhandig en vastbesloten egoïsme maakte het hem mogelijk om te worden wie hij wilde zijn.

Eribons idealen en strevens manifesteren zich het duidelijkst in zijn houding tegenover zijn broer, die hij vijfendertig jaar niet ziet. Die broer heeft de arbeidersidentiteit en de arbeiderscultuur volledig omarmd. Op zijn zestiende jaar is hij slagersknecht geworden, hij houdt van de muziek van zijn ouders, hij gedraagt zich als een macho. ‘School was niets voor mij’, zegt hij, en doet het voorkomen alsof zijn loopbaan zijn eigen keuze was. Zijn rug is inmiddels versleten en hij leeft van een uitkering. Een tijd lang meet Eribon zijn eigen succes af aan de afstand die hij weet te creëren tussen zichzelf en zijn broer, met wie hij zijn hele kindertijd aan tafel heeft gezeten en met wie hij een slaapkamer en een bed heeft gedeeld. Niet-zijn-zoals-zijn-broer, dat was wat hij wilde. Hij verdiepte zich niet in de vraag wat zijn vertrek voor de achterblijvers betekende. Hij moest alles op alles zetten om een eigen weg te kunnen gaan en hij was opgetogen wanneer hem dat lukte. Dat kostte zo veel moeite dat er geen ruimte overbleef om zich schuldig te voelen. Pas wanneer zijn moeder hem vertelt dat zijn twee jongere broers zich door hem in de steek gelaten voelden en hem misten begint hij zich af te vragen of hij een andere rol in hun leven had kunnen spelen. Zou hun leven anders zijn gelopen, wanneer hij hen een liefde voor boeken, een honger naar kennis had kunnen bijbrengen, zo vraagt hij zich af? Tussen hem en zijn broers is in hun vroege jeugd een afstand ontstaan die in de loop van hun leven alleen maar groter is geworden.

Eribons levensgeschiedenis is een aaneenschakelijking van verschuivende identiteiten, en die verschuivingen zijn geen harmonieus proces. De homoseksuele identiteit die hij ambieert en waar hij zich met ziel en zaligheid voor inzet was gevaarlijk omdat die door velen werd afgewezen. Maar tegelijkertijd waren de laatste decennia van de twintigste eeuw een tijdperk van emancipatie van homoseksuelen en daarom was het getij gunstig om met je homoseksualiteit voor de dag te komen. Dan is er zijn arbeidersidentiteit die hij niet zelf heeft gekozen, waarmee hij al jong breekt, en waartegenover hij een ambivalente houding blijft behouden. Zijn geschiedenis als arbeiderskind zal hij zijn leven lang bij zich dragen. Hij blijft een ‘gespleten habitus’ behouden, zoals Pierre Bourdieu dat noemde. Een derde identiteit, die van de intellectuelen, is door hem fel begeerd en is bovendien prestigieus. Bij hen wil hij horen, hij doet er alles aan om dat doel te bereiken, en hij slaagt daar goed in.

De arbeidersidentiteit waarmee Eribon vanaf zijn adolescentie niets meer te maken wil hebben is een verhaal op zich. In de jaren zestig en zeventig was een arbeidersachtergrond iets om mee voor de dag te komen. Jongeren uit de arbeidersklasse die gingen studeren konden trots zijn op hun familiegeschiedenis. Hun ouders wisten wat het arbeidersbestaan inhield, door zelf hard te werken en zichzelf veel te ontzeggen boden ze hun kinderen kansen die zij zelf nooit gehad hadden. Dat schrijft de socioloog Ali de Regt (2012), die zelf een voorbeeld is van iemand die zich door haar universitaire studie heeft verwijderd van de manier van leven van het gezin waar ze vandaan kwam. Zij beschrijft haar eigen ervaringen met de trots en de schaamte voor de leefstijl, taal, smaken en ideeën van haar ouders. In haar nieuwe sociale kring is de ‘sociale vanzelfsprekendheid’ verdwenen. Ze blijft het gevoel hebben er niet echt bij te horen en ze is haar leven lang onzeker om door de mand te vallen. In Terug naar Reims zijn vergelijkbare gevoelens in veel scherpere vorm herkenbaar. Bij Eribon domineert de schaamte over zijn sociale herkomst. Hij toont weliswaar een politieke betrokkenheid tegenover de arbeidersklasse, die zich manifesteert in heftige kritiek op wat hij ‘neoconservatief links’ en de verrechtsing van de filosofie en de sociale wetenschappen noemt. Hij vindt dat de partijbonzen van links de klassenidentiteit van de arbeiders negeerden en minachtten. Ze ontnamen arbeiders hun waardigheid. Maar Eribons politieke gedrevenheid maakt de afstand tegenover het leven van zijn familieleden niet minder groot.

Didier Eribon groeide op in een communistisch gezin. Zijn ouders ontleenden trots en een positieve identiteit aan de partij. Het was een band waarover ze niet te veel nadachten. Over de inval van de USSR in Hongarije moesten geen moeilijke vragen worden gesteld. Het leven moest gewoon doorgaan. Nu, in de eenentwintigste eeuw, behoren zij en velen met hen tot de kiezers van Front National. Maar hun binding met deze rechtse partij verschilt hemelsbreed van hun vroegere band met de communisten. Hun keuze voor rechts vervult hen niet met trots, ze houden hun stemkeuze liever geheim. ‘Een keertje maar’, zegt Eribons moeder besmuikt, maar haar zoon weet niet of hij dat wel moet geloven. Ze stemde alleen om een waarschuwing te laten horen, omdat het zo niet langer kon. Eribon neemt de politieke gedaantewisseling met ontsteltenis waar. Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de arbeiders van toen die zich zo heftig identificeerden met de communisten nu een keuze maken voor extreem rechts en voor de klassenvijanden van weleer. Eribon ziet als mogelijke verklaring de overeenkomsten in het denken van communisten toen en de aanhangers van rechtse partijen nu. In communistische kringen werd homoseksualiteit afgewezen, vond men dat buitenlanders zouden moeten worden uitgezet, dat de doodstraf weer zou moeten worden ingevoerd, en er bestond een diepgeworteld racisme. Dit soort ideeën vertoont een grote continuïteit met de rechtse partijprogramma’s van de jaren tachtig en negentig. In die programma’s is niet klasse maar plaats van herkomst de noemer waaronder arbeiders zich organiseerden. In plaats van de arbeiders tegenover de bourgeoisie waren het nu de Fransen tegenover de buitenlanders. Oude scheidslijnen bleven wel van kracht: de bourgeoisie, ‘de hogere mensen’ waren voor immigratie, de arbeiders, ‘de lagere mensen’ zagen immigranten als de oorzaak van veel van hun eigen problemen.

Eribons verhaal over verschuivende identiteiten gaat over de verschuivende groeperingen waarmee Eribon en zijn familieleden zich associëren, bij wie ze willen horen en aan wie ze hun waardigheid en hun eer ontlenen. Aan die verschuivingen zijn veranderingen in machtsverhoudingen af te lezen. In tijden van emancipatie is het eervol om je te associëren met een bepaalde groepering. In de jaren zeventig en tachtig werd het eervol om je als homoseksueel of vrouw aan te sluiten bij een politieke beweging die je belangen verdedigde. Korte tijd was het in de jaren zestig en zeventig ook eervol om je als student met de arbeidersklasse te verbinden, maar met de de-industrialisatie, de ontmanteling van de arbeidersklasse als politieke machtsfactor en de val van de USSR, devalueerde de arbeidersklasse als strijdbaar model. Voor kinderen die de arbeidersklasse ontstegen werd schaamte een belangrijker emotie dan trots. Maar Eribon demonstreert dat de keuze die zijn linkse familieleden voor rechts maakten halfhartig is. Het is geen keuze voor een zelfbewuste identiteit, het biedt geen echt alternatief voor het thuis dat de linkse beweging eerder aan arbeiders had geboden.

(Een verkorte versie van deze bespreking staat in Sociale Vraagstukken)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s