Home

20160713_171311

 

Het is inmiddels een communis opinio: ‘banen in het midden verdwijnen’, ‘middenpartijen zijn ten dode opgeschreven’, ‘het midden heeft geen toekomst’. Nieuw in dit koor is de stem van Farid Tabarki, die in de lente van 2016 Het einde van het midden publiceerde. In verschillende publicaties heb ik bezwaar gemaakt tegen zulke voorspellingen, onder andere in Gewoon werk. Over vakmanschap in het verwaarloosde midden (2014). Krachtige uitspraken over ‘het midden’ hebben een generaliserende strekking en zijn weinig precies. ‘Het midden’ is een rekbare categorie en de vertolkers van dit soort stellingen hanteren ieder eigen definities. Sommigen hebben het over ontwikkelingen die met empirische gegevens zijn te staven, sommigen nemen een speculatief voorschot op de toekomst, doen voorspellingen of schetsen een al dan niet wenselijk toekomstperspectief.

De auteur van Het einde van het midden is de oprichter van Studio Zeitgeist, is trendwatcher en onderzoeker van de Europese tijdgeest. Zijn boek is een mengeling van observaties, secundaire literatuur, visionair futurisme. Hij neemt waar, hij voorziet ‘het einde van het midden’, hij geeft een duiding van maatschappelijke ontwikkelingen en tegelijkertijd geeft hij ieder van ons een programma met morele opdrachten. Ik heb het boek vooral gelezen met het oog op de manier waarop hij de hoofdtitel van zijn boek inhoud geeft. Dan blijkt dat het midden een minder centrale plaats inneemt dan de titel doet vermoeden. De ondertitel dekt de lading beter: Wat een maatschappij van extremen betekent voor mens bedrijf en overheid. Het boek bestaat voor het grootste deel uit interpretaties van de samenleving van nu. Die is radicaal decentraal en radicaal transparant, die ontwikkelt zich in die richting, of die zou dat moeten doen. Die is vloeibaar geworden, is minder aan plaats gebonden, rollen en domeinen die eerder van elkaar gescheiden waren zijn nu aan het versmelten, en verandering is de enige constante. Mensen leven in een diopticon, waarin iedereen alles kan zien. Ze gaan verbindingen aan en verbreken die weer even snel. Deze amechtige ontwikkelingen vergen van iedereen, ongeacht groep, klasse, leeftijd, gender een groot aanpassingsvermogen. Niet alleen mensen in een middenpositie hebben daar mee te maken, en het is dan ook de vraag of deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen zich het beste als het einde van het midden laten interpreteren.

Mijn stelling is dat we in een sterk gedifferentieerde middenklassesamenleving leven, een samenleving waarin de sociale lagen niet sterk zijn afgebakend en elkaar overlappen. Wat zegt Tabarki daarover? Wat bedoelt hij met ‘het einde van het midden’? Hij geeft er verschillende betekenissen aan. Soms is het de middenklasse, en zegt hij dat daarvan geen eenduidige definitie bestaat, soms zijn het de middenlagen in de organisatie van de school, soms zijn het bemiddelende instituties, soms spreekt hij van middens in meervoud. Hij opent zijn boek met een beschrijving van technologische ontwikkelingen zoals de opkomst van de sociale media die het mogelijk heeft gemaakt dat 55 miljoen fans van Lady Gaga rechtstreeks met hun idool kunnen tweeten, dat het wereldwijde Rooms-Katholieke kerkvolk direct contact heeft met de paus, dat burgers rechtstreeks in debat kunnen gaan met politici, dat gebruikers van Spotify de beschikking hebben over een wereldwijde collectie cd’s. Bemiddelende instanties, denk aan winkels of aan geluidsmensen, zijn in die constellatie overbodig geworden.

Maar hij vertrekt ook vanuit een meer traditioneel denkstramien en begeeft zich dan op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt en de relatie tussen burgers en overheid. Hij ontwerpt een soort toekomstgericht onderwijs dat kan inspelen op snelle veranderingen. Hij maakt daarbij gebruik van experimentele voorbeelden waarover hij enthousiast is en waarvan hij denkt dat ze aansluiten bij de denkwereld van jongeren, bij de ‘homo zappiens’ en bij de ‘digital native’. Tabarki maakte deel uit van het Platform Onderwijs2032, en dat is zichtbaar in zijn ideeën over hoe onderwijs er in de toekomst uit zou moeten zien – met meer aandacht voor persoonlijke vorming, met vakken die niet door schotten van elkaar worden gescheiden, met vloeiender overgangen tussen school en buitenwereld. De ene keer noemt hij het onderwijs een ‘middleman’, die tussen mensen en hun idealen bemiddelt; de andere keer noemt hij onderwijzers ‘middlemen’, mensen die traditioneel tot de middenklasse behoren. En ook binnen de school ziet hij een midden, dat bestaat uit mensen die geen les geven maar die ervoor zorgen dat docenten dat kunnen doen. Hij voorziet dat de rollen van deze ‘enablers’ zullen gaan samenvallen met die van de docenten, dat ze ‘zichzelf opnieuw moeten uitvinden’. Maar betekent dat voor ‘enablers’ en docenten, dat ze daarmee uit het midden zijn gevallen? En waar zijn ze dan terecht gekomen? En moet in de veranderlijke wereld die hij schetst iedereen zich niet steeds opnieuw ‘uitvinden’?

Wat betreft werk voorspelt Farid Tabarki het verdwijnen van ‘de middenklasse’. Wie rekent hij daartoe? Hij noemt de mensen met een mbo- of hbo-opleiding de klassieke middlemen, de mensen in het midden. Hij baseert zijn analyse van de verdwijnende middenberoepen op het werk van Saskia Sassen, die in hoogwaardige kenniseconomieën een banengroei aan de bovenkant en de onderkant van de arbeidsmarkt waarneemt; op McAfee en Brynjolfsson die over ‘technologische werkloosheid’ schrijven; op Frey en Osborne die hebben onderzocht welke banen de meeste kans op automatisering hebben. Dit is interessante literatuur, die aan het denken zet en die vragen oproept, met een veel breder bereik dan de beroepen in het midden. Tabarki is zich ervan bewust dat de toekomst voor een groot deel ongewis is, maar desondanks veronderstelt hij dat de mbo’er in de toekomst aan de kassa zal zitten. Die conclusie trekt hij echter te snel. Hij scheert mbo’ers over één kam en gaat voorbij aan de veelheid aan beroepen die zij met een mbo-opleiding kunnen uitoefenen. Hij heeft geen oog voor de verscheidenheid aan niveaus binnen het mbo, voor de variatie in arbeidskansen en levenskansen van mensen die op een of andere dimensie in het rafelige midden zijn te plaatsen.

Tabarki’s boek gaat over een snel veranderende toekomst, maar ‘het einde van het midden’ vormt niet de kern van zijn betoog. Het laat iets zien van de grote technologische en maatschappelijke veranderingen waartoe ieder van ons zich moet verhouden en stemt daarin tot nadenken. Maar de samenleving kan nog zo vloeibaar worden, het blijft een samenspel van stoffelijke wezens, van mensen van vlees en bloed. Die weliswaar in minder vaste verbanden dan vroeger leven, die meer van elkaar zien, horen en weten, maar die fysiek kwetsbaar blijven en die voedsel, drinken en beschutting nodig hebben. Die psychisch zozeer op anderen zijn aangewezen, dat ze niet zonder anderen kunnen leven. Wat intensief gebruik van de sociale media voor hun betekent is een vraag die verder gaat dan de verdwijning van de tussenlagen. Wat ze daardoor missen en hoe die nieuwe online verbindingen hen veranderen komen we uit dit boek niet te weten. Hoe die grote transformaties zich vertalen in verschuivingen in de sociale gelaagdheid evenmin.

zie ook: http://www.mbo2025.nl/waarom-weer-het-verdwijnende-midden

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s