Home

De geschiedenis van een familiebedrijf in De Pijp

Rineke van Daalen

Vanaf 1945 heeft de familie Isken een werkplaats in de Van Ostadestraat, in De Pijp in Amsterdam. Het is een familiebedrijf dat groot is geworden in de tweede helft van de twintigste eeuw. De Pijp was destijds een buurt met veel winkels en bedrijfjes. Tegenwoordig is er vooral veel horeca die uit alle windstreken komt, maar de puien laten nog steeds eerdere bestemmingen zien. De Pijp is rijker en tegelijkertijd armer geworden. De mensen die er wonen zijn kapitaalkrachtiger, de prijzen van vastgoed zijn sterk gestegen. Het karakter van de buurt is daardoor veranderd. Mensen met een smallere beurs kunnen de huren in De Pijp niet meer betalen, de verscheidenheid in bedrijven en winkels is minder groot geworden. Ambachtslieden en kleine winkeliers moeten hun werkplaatsen en winkels verplaatsen of sluiten.

Dat geldt ook voor Martin Isken die de werkplaats op dit moment huurt. Martin is de kleinzoon van E.B. Isken die na de Tweede Wereldoorlog een elektrotechnisch installatiebedrijf is begonnen. Eerst in zijn woning in de Van Ostadestraat en toen hij daaruit was gegroeid huurde hij het café aan de overkant van de straat. Hij maakte er een werkplaats van. De zaken gingen goed. Isken nam verschillende monteurs in dienst en hij begon een winkel in wit- en bruingoed aan de Ceintuurbaan. In de jaren vijftig maakte hij in een advertentie reclame voor zijn bedrijf. De advertentie opent met: “Geen koude meer, met een petroleumkachel of radiator, vanaf f 95”. Daarna volgt een opsomming van de apparaten waarvoor je bij hem terecht kunt, zoals gasfornuizen, stofzuigers, gasgeysers en wasmachines. “Over de prijs worden we het wel eens”, zo besluit de advertentie opgewekt. In de werkplaats van zijn kleinzoon hangt de advertentie ingelijst aan de muur.

E.B. Isken gaf zijn vak door aan twee zoons en een kleinzoon. Allemaal werden ze elektrotechnicus. Kleinzoon Martin is dan ook van jongs af aan met het ambachtswerk opgegroeid, zowel van zijn vaders als van zijn moeders kant. Zijn grootmoeder gaf hem als kleine jongen zijn eerste klus. De opdracht was: maak een wasrek. Martin beleefde daar veel plezier aan en ondertussen leerde hij hoe je zoiets moet aanpakken. Op zijn verjaardagen kreeg hij als kind al gereedschap. Zijn oma gaf hem vijlen, hij kreeg een klauwhamer, een zaag. Die allereerste stappen in de techniek hebben hem gemaakt tot wat hij naar eigen zeggen later is geworden: een probleemoplosser. Iemand die met veel inventiviteit slimme constructies verzint en die ook nog eens kan uitvoeren. Hij heeft er plezier in om mensen te helpen, en vertelt vol trots hoe hij ingewikkelde problemen toch heeft kunnen oplossen. Een oude klant met een rolstoel, bij wie de thuiszorg alleen nog wilde komen als de douche werd aangepast. Martin verzon er een mooie oplossing voor en de thuiszorg kon weer verder.

Als kleine jongen bouwde hij hutten in het Beatrixpark die zo stevig waren en zo luxueus, dat de zwervers van toen erin gingen slapen. Samen met een vriendje maakte hij al jong gebruik van de werkplaats van de familie. Ze verzamelden fietswrakken, maakten daar fietsen van en verkochten die aan studenten. Het was zijn eerste zelfstandige werk. Ondertussen volgde hij een beroepsopleiding in de elektrotechniek. Hij ging naar de LTS, daarna naar de ETS, en op zijn twintigste ging hij leren en werken tegelijkertijd, op een VEV-opleiding. Martin werkte eerst met zijn oom in de buitendienst, en hij begon voor zichzelf toen hij naast elektrotechnisch werk ook andere ambachtelijke werkzaamheden wilde gaan doen. Inmiddels heeft hij een tevreden, vaste klantenkring opgebouwd, zonder ooit reclame te hebben gemaakt. Hij kwam van de ene klant bij de volgende terecht.

Als zijn vader en zijn oom met pensioen zijn gegaan, komt de werkplaats in 2005 op zijn naam te staan,. Dat is een mijlpaal voor hem. Door de werkplaats kan hij de zaken groter aanpakken. Hij heeft een eenmansbedrijf, maar zijn werk bestrijkt een breed gebied. Hij beheerst niet alleen de elektrotechniek, hij kan ook timmeren, schilderen en hout, staal, en kunststof bewerken. Martin is een multitalent en een perfectionist.

Ik zie de werkplaats in enigszins onttakelde staat. Nog steeds ziet het er mooi verzorgd uit, maar sommige schappen zijn leeg. Er zijn veel dingen die aan vroeger doen denken, zoals de ingelijste reclame-advertentie en de mooie kleine laatjes waarin spullen gesorteerd zijn opgeborgen. Martin koestert een muurtje waar nog steeds de handschriften van zijn oom en grootvader zijn te vinden. Je ziet de contouren van een ouderwetse vaste telefoon en reeksen telefoonnummers, sommige niet langer dan vier cijfers. Het is een nostalgische plaats die melancholiek stemt en die de vraag oproept wat er misging dat Martin zijn bedrijf niet gewoon kan voortzetten. Het bedrijf liep prima, wat is hier aan de hand?

Die vraag komt in een volgende editie aan bod.

(Zie ook De Pijpkrant, 54, 3, juni 2025)

Leave a comment