Home

 

In Gewoon werk (2014) en in Omgaan met ongelijkheid (2019) onderzoek ik nieuwe beroepen op mbo-niveau. De mechatronicus komt langs, samen met de coördinator van de voeding en de schoonmaak in een groot ziekenhuis, de ICT-medewerker, de straatcoach. In de groene sector passeert er ook een zadenkwekerij, maar de gewone boeren zijn afwezig. ‘Gewone boeren’ suggereert een eenvormigheid die er niet is. Veeteelt en landbouw vallen eronder, grootschaligheid en biologisch boeren, kringloopboerderijen en duurzaam landbouwen.

In De Nederlandse Boekengids besprak Jolanda van Benthem Nieuw Boeren: je leent het land van je kinderen (2019), geschreven door Kees Kooman. Tien boeren figureren daarin als voorbeeld van de kringlooplandbouw, waar boeren het veevoer op hun eigen akkers verbouwen en die akkers bemesten met de mest van hun eigen dieren. Alle dilemma’s waar boeren tegenwoordig tegenaan lopen, komen in het boek ter sprake. Zoals het zoeken naar een balans tussen economische efficiency en weidevogelbeheer, het wel of niet gebruikmaken van technologische middelen. Wat uit de bespreking duidelijk wordt, is dat het begrip ‘boeren’ een brede lading dekt. Hun boosheid van 2019 staat niet voor één gedeelde problematiek. Verschillende boeren zijn om verschillende dingen boos. Traditie is ver te zoeken in de boerenbedrijf, vernieuwing is er in soorten en maten.

Het werk dat in moderne boerenbedrijven verricht wordt zou je kunnen rekenen tot de ambachten-nieuwe-stijl die ik in mijn boek bespreek. Aan boeren worden tegenwoordig hoge eisen gesteld: de vaardigheid van het boeren, de bewerking van het land en de omgang met dieren, maar ook de bekwaamheid om zich te verstaan met banken en zich te bewegen op een grillige wereldmarkt; en het vermogen om technologische mogelijkheden te verkennen, en kennis te vergaren op het gebied van biodiversiteit en natuurbeheer. Willen boeren hun hoofd boven water houden, dan moeten ze flexibel kunnen handelen en in staat zijn om up-to-date kennis en vaardigheden op velerlei gebied te combineren.

Door de Corona-crisis kwam ik in aanraking met een aantal van deze producenten rondom Amsterdam. Allemaal zijn ze als moderne boeren te beschouwen, die goed nadenken over de vraag hoe ze willen boeren, hoe ze een modern bedrijf kunnen runnen en tegelijkertijd rekening kunnen houden met het beheer van de natuur en de strijd tegen de klimaatverandering. Ieder doet dat op een eigen manier, maar een gemeenschappelijk punt is dat ze produceren voor klanten die dichtbij wonen. Het brood wordt gebakken van het graan dat om de hoek wordt verbouwd, de melk uit de groene kraag van Amsterdam gaat naar Amsterdamse consumenten. Een aantal van deze bedrijven is gewend om restaurants te bevoorraden, en nu die gesloten zijn hebben ze het initiatief genomen om samen te werken en boodschappenpakketten aan de deur af te leveren – #Supportyourlocals. Een vraag die bij me opkwam: waarom zouden ze voor een Engelse naam hebben gekozen? Dat verbaasde me, omdat het haaks staat op hun ideaal om dichtbij Amsterdam te blijven. Willen ze de lokale expats op deze manier bereiken?

We bestelden een pakket, en zo kwam mijn onderzoeksonderwerp mijn drempel over. In de doos zat een heerlijk brood van MAMA, yoghurt van De Boeren van Amstel, worstjes van Brandt en Levie, groente van InStock, melk van Lindenhoff, een gefermenteerd drankje van Butcha. Ik zocht de bedrijven op het internet op, en ze pasten wonderwel bij de beroepen waarover ik eerder heb geschreven. Ik zal twee van die bedrijven bespreken, maar evengoed had ik twee andere kunnen kiezen. Ze zijn allemaal interessant.

Om met MAMA te beginnen, dat brood is afkomstig van bakkerij MAMA uit Zwanenburg. Het is gemaakt van verschillende seizoensafhankelijke meelsoorten die in vier Nederlandse molens zijn gemalen. De bakkerij werkt ‘kleinschalig, ambachtelijk en waar mogelijk biologisch’. De eigenaar van de bakkerij is als kok begonnen, en heeft in deze periode de kennis opgedaan om een heel eigen bak-procedé te ontwikkelen, met combi-steamovens. Mensen die een voedingsadvies willen hebben, kunnen ook in de bakkerij terecht, op een inloopspreekuur dat gegeven wordt door een medisch antropologe die ook voedingsdeskundige is. De bakkerij biedt ook voedingscoaching en workshops aan. Bezoekers kunnen in de bakkerij een kijkje nemen.

De Boeren van Amstel is een coöperatie van 21 boeren uit het Amstelland. Ze zijn op zoek naar een nieuw verdienmodel, zo staat er op hun site te lezen. De coöperatie werkt samen met Vogelbescherming Nederland en met Landschap Noord-Holland. Ze ontvangen inkomsten voor hun agrarische natuurbeheer, dat vooral is gericht op de bescherming van weidevogels. Dat gebeurt onder toezicht van de Agrarische Natuurvereniging De Amstel. Ze willen hun zuivel aan de regio leveren en ze streven ernaar om de groene natuur rondom Amsterdam te bewaren. Ze ontwikkelen kruidenrijke graslanden, ze vernatten de weilanden, ze maaien pas na het broedseizoen, en ze hebben een aangepast mestbeheer. Op die manier willen ze de grutto, de kievit, de tureluur en de scholekster meer kansen geven. In een van de filmpjes op hun site zegt boerin Katinka dat ze het heel belangrijk vindt om verbindingen te leggen tussen de boeren en de mensen in de stad. Die zouden vaker langs moeten komen, zodat ze kunnen zien wat er nodig is om een mooi product te maken én de vogels te beschermen. Zodat ze ‘mee kunnen leven, mee kunnen voelen, en we met elkaar iets moois van de natuur in Nederland kunnen maken’.

Deze bakker en deze boeren zijn ambachtslieden die in hun handelen ouderwets vakmanschap samenbrengen met kennis van de natuur en van kringlooplandbouw, van biologische bedrijfsvoering en technologie, en die in hun werkwijze niet goed als hand- en hoofdarbeiders zijn te karakteriseren. Die grenzen zijn sterk vervaagd. Ze weten natuurbeheer te verbinden met de productie van melk en kaas, ze zoeken naar aansluiting met groepen zoals stedelingen. Ze willen Amsterdammers in contact brengen met hun eigen achtertuin en ze hopen daarmee meer begrip van het boerenbedrijf te creëren. Wat ze willen is ‘samen zorg dragen voor ons landschap’.

De Corona-crisis haalt deze moderne bedrijven ineens in bredere kring voor het voetlicht. Hun idealen, voedsel van dichtbij en oog voor de natuur, passen bij de situatie die door de Corona-crisis is ontstaan. Voedsel dat niet afhankelijk is van vliegtuigen, maar om de hoek bereikbaar. ‘Dichtbij het verst’, zoals de coöperatie-boeren het formuleren. En de stilte, de schone lucht, de vogels die je hoort zingen – dat alles laat de waarde zien van de bescherming van vogels en van een bio-diverse natuur. Het laat een heel andere kant van boeren zien dan de intensieve veehouderij en andere grootschaligheid.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s