Home

‘Eindonderwijs’ is niet meer van deze tijd

Rineke van Daalen

Volwasseneneducatie is een laatkomer in het onderwijsstelsel. Pas in 1996 werd de Wet Educatie en Beroepsonderwijs van kracht, en in 2015 maakten de lidstaten van de Unesco afspraken over het opzetten van een infrastructuur voor volwasseneneducatie. De Vrije Universiteit van Brussel kreeg de Unesco Leerstoel Volwasseneneducatie, Maurice de Greef, gespecialiseerd in de effecten van volwasseneneducatie, werd er de leerstoelhouder van. Op 17 juni 2024 presenteerde De Greef De staat van de Nederlandse volwasseneneducatie 2024 op een goed bezocht symposium. Het was het eerste verslag van de toestand van het Nederlandse volwassenenonderwijs, qua opzet te vergelijken met de jaarlijkse rapporten van de onderwijsinspectie. Het publiek bestond uit een diverse groep professionals, veelal bij de overheid en in het onderwijs werkzaam. De organisatoren spraken van een ‘historisch moment’ en ze verspreidden de resultaten van hun onderzoek in brede kring, onder andere onder politici en beleidsmakers op het niveau van gemeenten, provincies en de Tweede Kamer.

De publicatie laat allereerst zien wat volwasseneneducatie inhoudt. Het blijkt zich grotendeels te beperken tot het vergroten van basisvaardigheden, als opstapje voor de toegang voor het beroepsonderwijs. Het richt zich vooral op verbetering van de Nederlandse taal, in mindere mate op rekenen, digitale vaardigheden en andere competenties. Inburgeringscursussen, bedrijfsopleidingen en vrijetijdsbesteding worden niet tot de volwasseneneducatie gerekend.

De doelgroep bestaat voornamelijk uit de naar schatting 1,3 tot 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland, terwijl ruim 60% van de deelnemers vrouw is. De meeste van de deelnemers zijn tussen de 25 en 55 jaar oud. Voor 81% van hen is Nederlands de tweede taal, laaggeletterden met Nederlands als moedertaal blijken moeilijker te bereiken.

De Nederlandse volwasseneneducatie blijkt er in vergelijking met andere westerse landen – België, Finland, Denemarken, Zweden – nogal armzalig voor te staan. De budgetten zijn laag, ze worden vaak op projectbasis gegeven terwijl alleen structurele financiering continuïteit kan creëren; er is weinig visie, de professionalisering is gering, het aantal vrijwilligers is groot, en organisatorisch is het een en al fragmentatie, verkokering en veel tijdelijke regelingen.

Inhoudelijk heeft het Nederlandse volwassenenonderwijs een beperkte reikwijdte. Het draait voor het grootste deel om het aanleren van basisvaardigheden, terwijl persoonlijke ontwikkeling en beroepsoverstijgende competenties zoals samenwerking of probleemoplossend vermogen niet aan bod komen.

Veel van wat er nu in het volwassenenonderwijs gebeurt kan je als ‘reparatiewerk’ beschouwen Volwassenen krijgen de gelegenheid om zich basisvaardigheden eigen te maken, die de meeste Nederlanders tijdens hun schooltijd hebben aangeleerd. Dat die volwassenen daar niet eerder aan toe zijn gekomen kan verschillende redenen hebben. Misschien schoot de kwaliteit van hun basisonderwijs tekort, misschien groeiden ze op in een land waar ze niet of slechts kort naar school konden gaan. Maar wat ook de achtergrond is geweest, dit soort ‘reparatiewerk’ is hard nodig om hen deel te laten nemen aan het maatschappelijke leven. Het rapport ziet een organisatorische en professionele versterking van het onderwijs in basale vaardigheden als noodzakelijk om de kwetsbaren van nu te beschermen.

Toch was ik verbaasd over de smalle focus van de huidige volwasseneneducatie. Ik had verwacht dat het ook – of vooral – zou worden ingezet als hulpmiddel om mensen voor te bereiden op het werk van de toekomst. De arbeidsmarkt zal de komende tijd ten gevolge van digitalisering en automatisering ingrijpend veranderen. Taken van bestaand werk zullen door technologische innovaties veranderen, banen kunnen er zelfs door verdwijnen. Dat lot kan heel verschillende beroepsgroepen treffen: mensen aan de kassa, maar ook juristen, artsen, journalisten. In 2013 schreven Carl Benedikt Frey en Michael Osborne een geruchtmakend artikel met de titel ‘The Future of Employment: How Susceptible Are Jobs to Computerisation’. De auteurs schatten dat 47% van de banen het risico liep om te worden weggeautomatiseerd. Een van hun kernvragen was dan ook ‘wat kunnen mensen wel en computers niet’, en daarop volgend ‘hoe kunnen mensen zich voorbereiden op werk waarbij computers tekort schieten’. Vanuit dit perspectief was volwassenenonderwijs een manier om de kwetsbaren van de toekomst mee te laten doen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Bijscholing en omscholing waren daartoe noodzakelijk, opdat mensen van alle leeftijden en van elk onderwijsniveau, de technologische en sociale veranderingen zouden kunnen bijbenen. Om de verschillen tussen laag- en hoogopgeleiden niet groter te laten worden pleit het rapport vooral voor meer ontwikkelingsmogelijkheden voor deze groep (De staat van de Nederlandse volwasseneneducatie 2024: 35).

Wat jongeren gedurende de leerplicht in het reguliere onderwijs hebben geleerd vormt de basis voor hoe ze in de wereld staan. Hoe ver ze daarin zijn gekomen is bepalend voor het werk waarmee ze hun loopbaan beginnen en voor de kwaliteit van hun burgerschap.

Maar maatschappelijke, technologische, geopolitieke, en klimatologische verschuivingen maken het voor hen noodzakelijk om zich te blijven ontwikkelen. In algemene zin, sociaal, emotioneel, beroepsmatig, digitaal. Ze hebben steeds meer vermogens nodig om zich volwaardig op de arbeidsmarkt en in de bredere samenleving staande te kunnen houden. De kennis en vaardigheden waarmee ze van school komen, vertoont vroeg of laat lacunes en volwassenenonderwijs zou daarin kunnen voorzien.

Volwassenenonderwijs geeft mensen kansen die ze in het reguliere onderwijs niet hebben gekregen. Het is belangrijk dat het deze reparatie-functie vervult, al zou ook dit soort basale onderwijs verbeterd moeten worden. Professioneler en minder zuinig van opzet. Maar zelfs als dat zou lukken is het noodzakelijk om het volwassenenonderwijs inhoudelijk uit te breiden en het te laten inspelen op snelle technologische innovaties en op ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Het begrip ‘eindonderwijs’ hoort bij een minder dynamische wereld, bij een wereld die inmiddels voorbij is.

Carl Benedikt Frey en Michael Osborne 2013, ‘The Future of Employment: How Susceptible Are Jobs to Computerisation’, in: (2013) (https://www.robots.ox.ac.uk/~mosb/public/pdf/63/Frey%20and%20Osborne%20-%202013%20-%20The%20future%20of%20employment%20how%20susceptible%20are%20jobs.pdf)

Maurice de Greef 2024, De staat van de Nederlandse volwasseneneducatie 2024. Het stelsel, de opbrengsten en de knelpunten anno 2024. Vrije Universiteit Brussel, Unesco.

Leave a comment