Home

fotograaf

Digitalisering heeft gemaakt dat iedereen tegenwoordig kan fotograferen. Kennis over techniek is nauwelijks meer nodig, ontwikkelen en afdrukken zijn vaardigheden uit een voorbije tijd. Hoe overleven beroepsfotografen in het digitale tijdperk? Hebben ze nog iets te bieden, wat hen van doe-het-zelvers onderscheidt?

Die vraag heb ik bekeken voor de medische fotografie, een kleine beroepsspecialisatie, waarover ik met twee mensen contact heb gehad. Beiden hebben ze een lange staat van dienst, beiden zijn zeer betrokken bij het vak. Beiden zien dat hun beroep bedreigd is en dat hun beroepsgroep veroudert, beiden proberen de medische fotografie ook in het digitale tijdperk een plaats te geven. Ze proberen de beroepsvereniging nieuw leven in te blazen en ze zijn bezig met het opzetten van een cursus voor beroepsfotografen die zich willen specialiseren in de medische fotografie.

De ene, Peter Lowie, heeft me verteld over het vak en over zijn loopbaan. Hij is als fotograaf min of meer toevallig in de medische hoek terecht gekomen en heeft jarenlang aan de Universiteit van Amsterdam gewerkt. Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de wetenschappelijke tak van de medische fotografie. De andere, Annie Naus, is begonnen als maatschappelijk werkster, heeft daarna de fotovakschool gedaan, en enkele applicatiecursussen. Daarna heeft ze zich als medisch fotograaf laten registreren en vanaf dat moment mocht ze de donkere kamer en de reproductie verlaten om met patiënten te gaan werken. Vanaf haar 50e jaar is haar arbeidsrechtelijke positie veranderd. Ze werkt nu op een nuluren-contract, in het Radboud-UMC-ziekenhuis en in het UMC in Utrecht. Eigenlijk heeft ze het de laatste jaren steeds drukker gekregen. Annie Naus heb ik ook aan het werk gezien, aan de camera en de computer, bezig met patiënten. Ze heeft me verteld over haar werkomgeving en met wie ze te maken heeft. De medische fotografie als beroep heb ik bekeken aan de hand van hun websites en van het onderwijsprogramma van de nieuwe cursus die medisch fotografen nieuwkomers in hun vak willen aanbieden.

Het werk

Diep in het Radboud-ziekenhuis in Nijmegen, helemaal aan het eind van de gang, is een kamer met geavanceerde fotografische apparatuur. Dat is de werkruimte van medisch fotografe Annie Naus. Ze werkt niet op afspraak. Patiënten komen met een verwijzing van een arts naar haar toe. Ze kloppen bij haar aan, ook tijdens de lunchpauze. Ze maakt lange dagen, soms van 8.15 tot 18.30, een dag waarin ze soms meer dan 40 patiënten bedient. De patiënten hebben een formulier bij zich waarop artsen hebben aangegeven welke lichaamsdelen ze moet fotograferen. Een paar krabbeltjes, een omcirkelde arm of been, een moeilijk leesbare naam van een arts – daar baseert ze zich op. In sommige gevallen heeft een patiënt een handtekening gezet om toestemming te geven voor het gebruik van de foto’s voor medisch onderzoek. Om de tel niet kwijt te raken noteert Annie Naus de naam van de patiënten en geeft ze hun een nummer. Daarna gaat ze aan de slag met haar camera.

Een jonge vrouw komt binnen met haar zusje. ‘Kan je je sieraden uitdoen?’ vraagt de medisch fotografe. Het is een lastig karweitje, want de vrouw is gestopt met roken en is aangekomen. De armbanden gaan niet meer goed van haar arm.. ‘Kan je ze volgende keer misschien thuis uitdoen?’, vraagt mevrouw Naus. Als de vrouw haar ene arm opzij moet strekken, maakt haar zusje grapjes en zegt dat het wel lijkt alsof ze het verkeer staat te regelen. En tijdens de opnamen gaat de vrouw overdreven poseren. De twee zussen zijn in een vrolijke stemming. Ze zijn naar eigen zeggen door het ziekenhuis nogal melig geworden. Hun fotosessie duurt ongeveer een minuut of 6, de langste sessie die ik meemaakte was tussen de tien minuten en een kwartier. Als ze weg zijn komt er een vrouw met een dochtertje van een jaar of acht binnen. Annie Naus vindt het fotograferen van kinderen vaak moeilijk, zeker als ze veel aandoeningen tegelijkertijd hebben. Een bezoek aan de medisch fotograaf is voor hen vaak de sluitpost van een langdurig en vervelend bezoek aan het ziekenhuis. De kinderen zijn moe en hebben er genoeg van. Ook ouders kunnen het contact met kinderen ingewikkeld maken. Ze krijgen soms onderling ruzie, soms gaan ze hun kinderen instrueren, terwijl de fotografe dat veel liever zelf doet. Zij weet immers wat er moet gebeuren. Als een vader een grapje maakt en zegt dat hij zijn dochter met haar mobiele telefoon gaat fotograferen, terwijl ze in een onelegante pose zit, zegt Annie Naus: ‘Nee, dat gaan we helemaal niet doen’. En als een foto onflatteus is uitgevallen, zegt ze. ‘Nee, deze foto is niet goed. We willen een mooie foto.’ Een moeder zegt na afloop van het fotograferen tegen haar dochter: ‘Wat zeg je dan?’, de dochter zegt: ‘Dank u wel’, en Annie Naus zegt: ‘Jij ook bedankt.’

Ze is geautoriseerd om de foto’s met een computerprogramma in een patiëntendossier te plaatsen. Tussen de bedrijven door probeert ze dat te doen, maar ze wordt steeds onderbroken wanneer zich een nieuwe patiënt aandient. Ze voert de foto’s in zoals ze zijn en ze ziet dat als de kracht van de medische foto’s: ‘Wij leggen vast’, zegt ze, ‘niets meer en niets minder’. Medisch fotografen doen niet aan fotoshoppen. Artsen moeten op het beeldmateriaal kunnen vertrouwen, in het belang van de patiënten en ook voor hun eigen onderzoek. Kleine lichtcorrecties, dat is de enige verandering die medisch fotografen aanbrengen. De fotografen werken met een gestandaardiseerde belichting, omdat ze ter wille van de patiënten snel werk willen leveren. Die hebben wel iets anders aan hun hoofd.

Annie Naus werkt zelfstandig en heeft weinig met anderen in het ziekenhuis te maken. Haar contacten met de artsen lopen voornamelijk via de papieren opdrachten. Een enkele dokter komt met een patiënt mee om precies te laten zien wat de bedoeling is. Met haar directe collega’s heeft ze het meeste contact. ‘s Avonds bellen ze elkaar regelmatig op, om werkafspraken te maken en vooral om de voorvallen van de dag met elkaar door te nemen en elkaar daarbij emotioneel te ondersteunen. De fotografen werken met mensen die de meest verschrikkelijke aandoeningen hebben, met kinderen bij wie kindermishandeling wordt vermoed, met doodgeboren of overleden kinderen. ‘Je collega’s weten als geen ander wat dat met je doet. Sommige beelden raak je nooit meer kwijt’, zegt Annie Naus. De patiënten maken het werk leuk, maar tegelijkertijd ook zwaar.

Het beroep

Medisch fotografen leggen beelden vast en ze zien het als onderdeel van hun professionaliteit dat ze dat op een betrouwbare manier doen. Dat is een belangrijk element in het beroepsbeeld waarmee ze zich op hun website afficheren. Artsen gebruiken deze beelden als hulpmiddelen in hun rapportage, bij de voorbereiding op een operatie, of in hun onderzoek. Dermatologie, KNO, kindergeneeskunde, kinderchirurgie, kaakchirurgie, plastische chirurgie, verwondingen, afwijkende houdingen – dat zijn geneeskundige gebieden waaraan je moet denken. De fotos’ kunnen ook een rol spelen in de bewijsvoering van een rechtbank of als bewijsstuk in een aanvraag voor vergoeding bij een verzekeringsbedrijf.

In de instructies van medisch-fotografen staat dat ze witte jassen moeten dragen en dat ze medische geheimhoudingsplicht hebben. Ze moeten foto’s maken die zo anoniem mogelijk zijn. Ze moeten op de hoogte zijn van de medische terminologie en de hygiëneregels van het ziekenhuis in acht nemen. Ze mogen geen pleisters verwijderen, ze mogen geen medische adviezen geven, en bij onduidelijkheid moeten ze altijd een arts bellen. Hun taken zijn beperkt tot hun eigen terrein, de medische fotografie, maar op dat terrein hebben ze een grote zelfstandigheid.

De cursus die de medisch fotografen gaan opzetten bereidt nieuwe generaties fotografen onder andere voor op het werken in een ziekenhuis. Iedere kandidaat wordt afzonderlijk beoordeeld, en om te worden toegelaten moet je een opleiding vakfotografie (mbo-2, mbo-3, hbo) of iets vergelijkbaars hebben gedaan. Het is een opleiding met 7 modulen, ieder van een dag, aangevuld met een stage. Alle modulen moeten met een positief advies worden afgesloten en dat geldt ook voor de stage. In de eerste modulen maken de studenten kennis met het vak en moeten ze op elkaar oefenen. Ze werken met een beamer en laptop die beschikt over Adobe Lightroom, Photoshop en Aperture. Daarna maken ze aan de hand van letselfotografie kennis met de basistechnieken, en ze leren het belang en de essentie van kleurmanagement. In de derde module krijgen ze les in het omgaan met patiënten. De studenten bespreken verschillende situaties en ze oefenen met rollenspelen. Aan het werken in een ziekenhuis wordt afzonderlijke aandacht besteed. Naast kwesties als privacy, de rechten van de patiënten en de plichten van medisch-fotografen, krijgen studenten een introductie in de verhoudingen in het ziekenhuis, in het werken met protocollen en in het medische ‘potjeslatijn’. Ook leren ze hoe ze beeldmateriaal digitaal kunnen bewerken en wat daarbij met het oog op medische diagnostiek, wetenschappelijk onderzoek en juridische bewijsvoering wel en niet geoorloofd is. De 6e module gaat in op nieuwe technieken en de 7e module rondt af met bespreking van de stage-ervaringen en van toekomstperspectieven – ondernemen in het ziekenhuis is bijvoorbeeld een onderdeel.

Vóór en na de digitalisering: opkomst en bedreiging van een beroep

Toen de digitalisering werd geïntroduceerd, bestonden medisch-fotografen krap een halve eeuw als gespecialiseerd beroep. In 1955 kregen ze een eigen beroepsvereninging, de Nederlandse Vereniging voor Medische Fotografie, een destijds vernieuwend gezelschap, dat vakgenoten een eigen forum bood en dat zich inzette voor gespecialiseerde cursussen, die jonge fotografen voor het vak certificeerden en die hun het recht gaven op inschrijving in het Register Medisch Fotografen (RMF). De oprichting van deze beroepsvereniging was een duidelijke stap in de richting van specialisatie en professionalisering. Collega’s die in ziekenhuizen werkten konden elkaar in deze beroepsvereniging vinden en konden daar hun specifieke ziekenhuiservaringen uitwisselen.

Parallel aan deze ontwikkeling zetten ziekenhuizen en universiteiten in de tweede helft van de twintigste eeuw grote audio-visuele afdelingen op, waar medisch-fotografen zich als beroepsgroep verder specialiseerden en professionaliseerden. Ze werkten daar in een groot gezelschap. Beginnelingen in de medische fotografie startten hun loopbaan in de donkere kamer. Ze leerden geleidelijk het vak, door het af te kijken bij oudere collega’s. Maar de verdwijning van de analoge fotografie hield drastische veranderingen in. Die verdwijning ging overigens langzaam, omdat zeker de oude garde zich aanvankelijk tegen digitalisering verzette. Die vond digitale foto’s van slechtere kwaliteit, en in het begin hadden ze gelijk. De ziekenhuizen hadden de mooiste apparatuur en gebruikten hoogwaardig dia-materiaal. Maar op den duur was het kwaliteits-argument niet vol te houden, en konden mensen niet anders dan overstag gaan. Een deel van hen wilde dat niet en ging liever met pensioen.

De digitalisering had voor de beroepsfotografen grote gevolgen. Hun vak ging er in technisch opzicht heel anders uitzien, de donkere kamer verdween. In de ziekenhuizen waren grote reorganisaties het gevolg. Hele afdelingen werden opgeheven, zoals in het AMC. In de hoogtijdagen werkten daar circa 20 mensen op de wetenschappelijke en de medische fotografie-afdeling, terwijl er nu nog maar twee medisch-fotografen op de polikliniek rondlopen. Veranderingen in arbeidsvoorwaarden vormen een belangrijk onderdeel van deze ontwikkelingen. Vaste banen voor medisch fotografen zijn schaars geworden, steeds meer werk wordt freelance gedaan. Het curriculum van de oude fotovakschool moest drastisch worden aangepast aan de nieuwe standaarden voor vakmanschap. Jonge fotografen moesten vertrouwd raken met de moderne technieken en ze moesten leren hoe ze zich als freelancende ondernemer staande konden houden. ‘Ondernemen’ werd een vak op school.

De beslissingen die in ziekenhuizen over de medische fotografie werden genomen waren nogal willekeurig en persoonsgebonden. In sommige ziekenhuizen werd aan het exclusieve karakter van het beroep geknibbeld en moesten de artsen zelf gaan fotograferen. Zoals in Utrecht waar de assistent-dermatologen kleine compact-camera’s kregen. In een ander ziekenhuis werkte een hoogleraar die veel waarde hechtte aan kwalitatief goede foto’s en die de positie van de medisch-fotografen juist beschermde. Annie Naus vindt het verschrikkelijk om te zien hoe mensen die het vak niet beheersen soms werken, zo slordig, alles schots en scheef, zonder enige professionele standaard.

Het nieuwe personeelsbeleid van de ziekenhuizen maakte dat er geen nieuwe jonge mensen werden aangenomen en dat de gemiddelde leeftijd van de medisch-fotografen gestaag omhoog ging. Het werd een ouder gezelschap, met een nogal ingeslapen beroepsvereniging en bezig met overleven. Een aantal medisch-fotografen probeert het vak echter weer Schwung te geven en probeert verloren terrein terug te winnen. Ze hebben de Medisch Wetenschappelijke Fotografie, MWF, als platform voor gespecialiseerde fotografen ondergebracht onder de vleugels van Dutch Photogrpahy, DuPho. Circa 60 medische, wetenschappelijke en politiefotografen zijn op dit moment bij het platform aangesloten. Met hun nieuwe cursus proberen ze jonge mensen voor het beroep te interesseren en de gestagneerde professionalisering een stap verder te brengen.

De medische fotografie in het digitale tijdperk: betrouwbaarheid

De inhoud van de nieuwe cursus en de website van de beroepsvereniging laten zien hoe medisch fotografen zich willen profileren. Waar willen ze goed in zijn, waarin willen ze zich als beroepsmensen onderscheiden?

De cursus laat zien dat een specialisatie in de medische fotografie niet in de eerste plaats technische bijscholing vraagt. Kandidaten moeten vooral in sociaal opzicht veel leren. Ze maken kennis met verschillende kanten van hun nieuwe werkomgeving en ze leren hoe ze met patiënten moeten omgaan. Betrouwbaarheid van de fotografie is een ander belangrijk punt, een argument in de verdediging van het vak, en in gesprekken brengen de medisch-fotografen dat herhaaldelijk naar voren. Nu manipulatie zo gemakkelijk is geworden, is dit punt zwaarder gaan tellen. Medische onderzoekers kunnen alleen ‘zuivere’ foto’s in hun onderzoek gebruiken, verzekeringsmaatschappijen kunnen alleen uitkeren wanneer ze kunnen vertrouwen op beeldmateriaal, juristen kunnen niets beginnen met foto’s die gefotoshopt zijn. De cursisten krijgen les in wat ze wel en niet aan foto’s mogen veranderen. Als ze de opleiding positief hebben afgesloten en bovendien aan het werk zijn, kunnen ze zich inschrijven in het register voor medisch-fotografen. Die registratie geeft hun een soort keurmerk, waar opdrachtgevers hun vakkundigheid aan kunnen aflezen.

Deze hele ontwikkeling – veranderingen in de beroepsvereniging, en een nieuwe cursus die gekoppeld is aan een beroepsregister – volgt het model van een klassiek professionaliseringsproces, maar het bijzondere is dat het een re-professionalisering is. Medisch-fotografen waren al geprofessionaliseerd, maar door technologische ontwikkelingen opereren ze tegenwoordig in een veld waarin ze door iedereen met een fototoestel beconcurreerd kunnen worden, en waarin hun vaste arbeidsposities zijn weggeorganiseerd. Hun beroepsniche is niet langer vanzelfsprekend.

Maar toch denkt een aantal beroepsfotografen dat ze als beroepsgroep iets specifieks te bieden heeft. Dat specifieke ligt niet zozeer op het technische vlak. Het heeft vooral sociale componenten, en heeft te maken met de verhoudingen waarbinnen ze werken. Bureaucratische organisaties zoals ziekenhuizen, universiteiten, het forensisch instituut, verzekeringsmaatschappijen huren hen op incidentele basis in. Langdurige vaste arbeidsrelaties zijn zeldzaam geworden, en daarmee zijn ook de vertrouwensverhoudingen veranderd. Het vak is geïndividualiseerd. Dat vraagt een nieuwe regulering, die medisch-fotografen liever in eigen hand willen houden dan deze over te laten aan derden zoals ziekenhuizen, overheid en verzekeringsmaatschappijen. Medisch-fotografen willen zich als beroepsgroep profileren, willen zelf de inhoud van de opleiding voor de volgende generatie bepalen, en willen zelf de toelating tot het beroep regelen. Of het ze gaat lukken om deze nieuwe professionaliseringsslag te maken, zal later moeten blijken. De cursus heeft wel al 14 aanmeldingen, en dat terwijl de initiatiefnemers nog niet eens reclame hebben gemaakt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s